HOOFDSTUK  7

 

DE GESCHENKEN VAN HET KONINKRIJK

 

 

  1. De kracht van God om te scheppen, en ook die van Zijn Scheppingen, kent geen grenzen, maar ze zijn niet hetzelfde. Jij staat in volledige verbinding met God, net zoals Hij met jou. Dit is een constant proces waar jij deel aan hebt en doordat jij er deel aan hebt ontvang je inspiratie om net zoals God te scheppen. Maar jij staat niet in een soortgelijke relatie tot God, want Hij heeft jou geschapen, maar jij hebt Hem niet geschapen. Er is al gezegd dat dit het enige verschil is tussen de scheppingskracht van God en die van jou. Zelfs in deze wereld is er een overeenkomst: ouders geven het leven aan hun kinderen, maar kinderen schenken niet het leven aan hun ouders. Zij geven wel weer het leven aan hun kinderen en brengen op die manier, net als hun ouders, Leven voort.
  2. Als jij God geschapen zou hebben en Hij jou, dan zou het Koninkrijk niet groter kunnen worden door de scheppende gedachte. De schepping zou daardoor begrensd zijn en jij zou niet de medeschepper van God kunnen zijn. Zoals God Zijn scheppende Gedachte naar jou toe laat vloeien, zo moet ook jouw scheppende gedachte van jou naar je scheppingen vloeien. Alleen op die manier kan de kracht om te scheppen zich uitbreiden. Gods werken zijn niet jouw werken, maar die van jou zijn wel zoals die van Hem. Hij heeft de mensheid geschapen en jij vermeerdert dat. Jij hebt de macht om een bijdrage te leveren aan het Koninkrijk, maar jij kunt niets bijdragen aan God, de Schepper van het Koninkrijk. Je claimt je recht op je macht door aan het Koninkrijk bij te dragen als je alleen waakzaam bent voor God en Zijn Koninkrijk. Wanneer jij accepteert dat deze macht jouw recht is, dan heb je geleerd je te herinneren wie je bent.
  3. Jouw scheppingen horen in jou thuis, zoals jij thuis hoort in God. Jij bent deel van God, net zoals jouw kinderen deel zijn van Zijn Kinderen. Scheppen is liefhebben. Liefde breidt zich uit naar buiten toe, simpelweg omdat liefde niet kan worden tegengehouden. Doordat liefde geen grenzen kent, stopt ze niet. Ze schept eeuwig, maar niet in de tijd. God Zijn Scheppingen zijn er altijd geweest, omdat je alleen de mogelijkheid hebt om te scheppen zoals God schept. De eeuwigheid is van en voor jou, omdat Hij jou als eeuwig heeft geschapen.
  4. Jouw ego heeft jou niet lief, het concurreert alleen maar met anderen en eist altijd rechten op van jou en van hen. Het wil altijd een handeltje sluiten, maar het kan ook maar niet begrijpen dat het zijn zoals een ander is betekent dat het onmogelijk is om daarover te onderhandelen. Om te winnen moet je geven en niet onderhandelen, want dat is eisen stellen aan het geven en daarmee beperkingen opleggen aan het geven en dat is niet de Wil van God. Willen wat God wil is scheppen zoals God schept. God geeft zijn gaven zonder enige beperking. Jij bent Zijn geschenk en daarom moeten jouw geschenken zijn zoals die van Hem. Jouw geschenken aan het Koninkrijk moeten net zo zijn als God zijn geschenken aan jou.
  5. Jezus gaf alleen maar liefde aan het Koninkrijk, want hij geloofde dat liefde datgene was wat hij was. Wat jij gelooft dat jij bent bepaalt jouw geschenken, en als God jou schiep door Zichzelf uit te breiden, waaruit jij ontstond, dan kun jij jezelf alleen uitbreiden zoals Hij dat heeft gedaan. Alleen blijdschap kan groeien in de eeuwigheid, want blijdschap en eeuwigheid horen onafscheidelijk bij elkaar. God breidt Zich verder dan alle grenzen en alle tijd naar buiten toe uit, en jij, die samen met God schepper bent, breidt ook Zijn Koninkrijk uit voorbij alle grenzen en tijd. Eeuwigheid is het merkteken van de schepping dat niet uit te wissen is. De scheppingen van God horen in de eeuwigheid thuis, zij zijn eeuwig in vrede en blijdschap.
  6. Als je denkt zoals God dan deel je in Zijn Zekerheid over wat jij bent, en als je schept zoals God dan deel je met Hem de volmaakte Liefde die Hij met jou deelt. Dit is waar de Heilige Geest jou naar toe leidt, zodat jouw blijdschap compleet mag zijn, want het Koninkrijk van God is heel. Er is al gezegd dat God de stap zet voor jou die nodig is om je opnieuw bewust te worden van de kennis van God. Dit is waar, maar het is moeilijk in woorden uit te leggen, want woorden zijn symbolen en ook omdat niets dat waar is uitgelegd hoeft te worden. Toch heeft de Heilige Geest de taak om het onbruikbare om te zetten in dat wat bruikbaar is, en om het betekenisloze om te zetten in dat wat betekenis heeft en om het tijdelijke om te zetten in het tijdloze. De Heilige Geest kan jou daarom iets vertellen over deze laatste stap.
  7. God zet geen stappen, omdat wat Hij schept niet stapsgewijs geschapen wordt. Hij onderwijst ook niet, omdat Zijn scheppingen niet veranderen. Hij doet ook niets als laatste, omdat Hij de enige en de eerste is die alles voor eeuwig geschapen heeft. Je moet begrijpen dat het woordje ‘eerste’ niets met tijd te maken heeft als het over God gaat. Hij is de Eerste omdat Hij de Eerste is in de Heilige Drie-eenheid: God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest. Hij is de Oerschepper, omdat Hij zijn medescheppers schiep. Omdat Hij dat deed, kun je het begrip tijd niet op Hem toepassen en ook niet op dat wat Hij geschapen heeft. De ‘laatste stap’ die God zal zetten was daarom waar in het allereerste begin, het is nu waar en het zal eeuwig waar zijn. Wat tijdloos is bestaat altijd, omdat het in wezen in de eeuwigheid en voor eeuwig niet verandert. Het verandert niet doordat het groter wordt, want het werd voor eeuwig geschapen om groter te worden. Als jij het ziet als iets dat niet groter wordt, dan weet je niet wat het is. En dan weet je ook niet Wie het geschapen heeft. God geeft jou dit inzicht niet, omdat het nooit verborgen is geweest en je hebt het altijd kunnen weten. Zijn Licht was nooit verduisterd, want het is altijd Zijn Wil geweest om Zijn Licht te delen. Hoe zou het mogelijk kunnen zijn dat iets waarvan altijd het doel geweest is om te delen verduisterd kunnen worden en dan weer bekend gemaakt worden?

II             DE WET VAN HET KONINKRIJK

  1. Als je denken genezen is dan is dat het enige denken dat lijkt op de Gedachte van God. De Gedachten van God zijn altijd zuiver en heel en als jouw denken genezen is dan zijn jouw gedachten ook zuiver en heel. Als een medemens zichzelf als ziek ziet, dan ziet hij zichzelf niet als heel en daarom ziet hij zichzelf ook als iemand die genezing en heelheid nodig heeft. Als jij ook op die manier naar hem kijkt, dan zie je hem alsof hij niet in het Koninkrijk was of dat hij van het Koninkrijk afgescheiden was. Met die gedachten zorg je ervoor dat het Koninkrijk voor jullie allebei onzichtbaar is. Ziekte en afscheiding zijn niet van God afkomstig, maar het Koninkrijk is dat wel. Als jij het Koninkrijk onzichtbaar maakt, dan zie je dat wat niet van God afkomstig is.
  2. Genezen is dus corrigeren wat je in je medemens en in jezelf ziet door de Heilige Geest met hem te delen. Dit zorgt ervoor dat jullie binnen het Koninkrijk geplaatst zijn en het zorgt er ook voor dat je in je gedachten en in die van de ander de heelheid van het Koninkrijk als mogelijkheid ziet. Deze heelheid weerspiegelt de schepping, want je zorgt voor een eenheid door je denken uit te breiden naar de gedachten van de ander en daardoor wordt het Koninkrijk steeds groter. Wat je ego projecteert of wat je in liefde groter maakt is voor jou werkelijkheid. Dit geldt niet alleen in de wereld maar ook in het Koninkrijk, want het is een wet van de denkgeest die niet verandert. Maar de inhoud in de wereld is anders, omdat de gedachten totaal anders zijn dan de Gedachten in het Koninkrijk. Als er een wet is, dan moet die aan de omstandigheden worden aangepast, anders kan de orde niet blijven bestaan. Het meest opvallende aan de wetten van de denkgeest is dat het mogelijk lijkt om resultaten te krijgen die lijnrecht tegenover elkaar staan. Als je de stem van je ego volgt, moet je wel aan die stem gehoorzamen, maar als je daarnaast ook de Stem namens God in je innerlijk hoort, lijkt het alsof je naar beide stemmen kunt luisteren.
  3. Als je buiten het Koninkrijk leeft in de wereld dan wordt de wet dat je alleen kunt uitbreiden wat je bent, en dat is liefde, aangepast tot ‘wat je projecteert, dat geloof je’. Projecteren is de leervorm van de wereld, en leren is buiten het Koninkrijk van het allergrootste belang. Projecteren betekent dat je leert wat je bent door hetgeen je op anderen hebt geprojecteerd en door jouw projectie geloof je dat anderen zo zijn. In het Koninkrijk bestaan onderwijzen en leren niet, want er bestaat geen geloof. Er is alleen zekerheid. In die zekerheid weten God en Zijn Kinderen dat je bent wat je uitbreidt en dat is alleen de liefde. De wet van de liefde kun je niet veranderen of aanpassen, want het is de wet van de schepping. God schiep Zelf die wet door te scheppen volgens die wet. En Zijn Kinderen, die scheppen zoals God, volgen die wet met blijdschap in hun hart, omdat ze weten dat het Koninkrijk alleen groter kan worden door de liefde die zich uitbreidt, net zoals ze weten dat zij ook door de liefde van God geschapen zijn die zich uitgebreid heeft.
  4. Als wetten nuttig willen zijn, dan moeten ze bekend zijn. Eigenlijk moeten ze worden vertaald voor mensen die andere talen spreken. Maar een vertaler verandert nooit de inhoud van wat hij vertalen moet, hij verandert hooguit de vorm met de bedoeling dat de inhoud de oorspronkelijke betekenis houdt. De Heilige Geest is de vertaler van de wetten van God voor hen die ze niet begrijpen. Jij kunt dit zelf niet, want een denkgeest die met zichzelf overhoop ligt is niet trouw aan maar één betekenis van iets en die denkgeest zal de betekenis veranderen.
  5. De Heilige Geest bedoelt precies het tegenovergestelde met vertalen. Hij vertaalt alleen om de oorspronkelijke betekenis in alle opzichten en alle talen te houden. Daarom verzet de Heilige Geest zich tegen het idee dat verschillen in vorm ook betekenis hebben en Hij legt er steeds de nadruk op dat deze verschillen absoluut en totaal onbelangrijk zijn. De boodschap van de Heilige Geest betekent altijd hetzelfde en alleen dat is belangrijk. God Zijn Wet van de Schepping betekent niet dat de waarheid gebruikt wordt om Zijn Kinderen van de waarheid te overtuigen. De uitbreiding van de waarheid, de uitbreiding van de liefde, is inderdaad de wet van het Koninkrijk, maar je kunt de waarheid of liefde niet uitbreiden als je geen weet hebt van de waarheid of de liefde. De wet van de waarheid is gebaseerd op kennis en die kennis hoort jou rechtmatig toe en je hoeft er helemaal niets voor te leren, maar toen jij jezelf onterfde werd je wel noodgedwongen een leerling.
  6. Er is geen mens die eraan twijfelt dat er een verband is tussen leren en het geheugen. Zonder geheugen kun je onmogelijk iets leren, want door herhaling en oefening herinner je je wat je geleerd hebt. Daarom hoort de Heilige Geest jou te herinneren. Er is al eerder gezegd dat Hij les geeft in herinneren en vergeten, maar het vergeten heeft alleen maar als doel om het herinneren sterker te maken. Je vergeet om je beter te kunnen herinneren. Je kunt de vertalingen van de Heilige Geest niet begrijpen zolang je luistert naar twee verschillende manieren om ze uit te leggen. Daarom moet je de ene manier vergeten of loslaten om de andere manier te kunnen begrijpen. Dit is de enige manier waarop je kunt leren consequent te zijn.
  7. Wat kan de volmaakte toestand van het Koninkrijk voor je betekenen als je verward bent? Het is duidelijk dat in de war zijn betekent dat het niet helder is wat echt en waar is en op die manier kan de leerling ook de waarde ervan niet inschatten. In het Koninkrijk bestaat geen verwarring, want er bestaat maar één betekenis. Deze betekenis komt van God en  is  God . omdat jij ook van God komt, deel je de betekenis en breid je die uit zoals je Schepper deed. Dit heeft geen vertaling nodig, omdat het uitbreiding betekent. Communicatie of in verbinding staan is volmaakt direct en ook volmaakt hetzelfde. Ze is totaal vrij, omdat er binnen de communicatie nooit verschil van mening of onenigheid is. Daarom is het Koninkrijk van God. Het behoort Hem toe en daarom is het zoals Hem. Dat is de werkelijkheid ervan en niets kan het aantasten.

III            DE WERKELIJKHEID VAN HET KONINKRIJK

  1. De Heilige Geest kent maar één les en Hij leert die aan iedereen persoonlijk en onder alle omstandigheden. Hij herkent en erkent geen conflict en daarom zorgt Hij ervoor dat alle pogingen om lief te hebben en alle resultaten van de liefde groot gemaakt worden. Doordat Hij je de Macht van het Koninkrijk van God Zelf leert, wordt jij je ervan bewust dat die Macht ook van jou is. Op welke manier je de Macht toepast is niet belangrijk. Liefde is altijd maximaal. Dat je waakzaam bent wil nog niet zeggen dat je alle Macht van de Liefde al hebt, maar je waakzaamheid zorgt er wel voor dat je de Macht altijd en overal kunt gebruiken. Toen Jezus zei: “Ik ben altijd met jullie”, bedoelde hij dat letterlijk. Hij is in geen enkele situatie afwezig, voor niemand! Doordat hij altijd met jou is, ben jij de weg, de waarheid en het leven. Jij hebt deze Macht niet zelf gemaakt, net zomin als hij. Die Macht werd door God geschapen met het doel om die Macht te delen. Daarom is deze Macht nooit door één persoon opeisbaar en al helemaal niet ten koste van iemand anders. Zo’n claim heeft geen enkele betekenis, omdat daarmee de echte betekenis van de Macht van God niet erkend of genegeerd wordt.
  2. De betekenis van de Macht van God wacht in het Koninkrijk, want daar heeft Hij die Macht geplaatst. Ze wacht niet in het aardse of in de tijd. Ze hoort alleen thuis in het Koninkrijk, net zoals jij. Hoe is het mogelijk dat jij, die God Zijn betekenis bent, jezelf ziet zonder de Macht van God. Je kunt jezelf alleen zonder je echte betekenis zien als je gelooft dat je zelf niet echt bent. Daarom is het ego ook zoiets krankzinnigs, want het leert je dat je niet bent wat je wel bent. Dit is zo tegenstrijdig dat het absoluut onmogelijk is. Daarom kun je de les van het ego ook niet echt leren en daarom kun je die les ook niet aan anderen leren. Toch leer je anderen constant iets. Daarom moet er iets anders zijn dan wat jij aan anderen leert , ook al weet het ego niet wat dat is. Door jouw besef dat je wat anders bent dan je ego wordt jouw ego telkens buitenspel gezet en daarom is het wantrouwig over wat jij van plan bent. Je denkgeest is niet in eenheid als het trouw is aan je ego, want jouw denkgeest is niet het eigendom van het ego. Maar wat ‘verraad’ pleegt aan het ego, is trouw aan jouw innerlijke vrede. De vijand van het ego is daarom jouw echte vriend.
  3. Er is al gezegd dat de vriend van het ego niet een deel van jou is, want het ego vindt dat het constant in oorlog met zijn omgeving is en het ego zoekt alleen maar bondgenoten, omdat het die nodig heeft. Jouw werkelijke zelf kent geen oorlog maar alleen vrede en daarom ziet en erkent dat Zelf alleen maar broers en zussen, want alleen gelijken kunnen in vrede met elkaar leven. Omdat Gods kinderen alles hebben, is het niet nodig om beter te zijn dan een ander. Maar als er ook maar één is die niet gezien wordt als volmaakt gelijk, dan is de strijd om beter te zijn binnengeslopen in hun denkgeest. Onderschat niet het belang om alert te blijven tegen dit idee, want al je innerlijke conflicten worden hierdoor veroorzaakt. Je gelooft dan dat er andere belangen zijn en daarmee heb je het onmogelijke als waarheid geaccepteerd. Is dat niet hetzelfde als er gezegd wordt dat jij niet ziet wat je echt bent?
  4. Wanneer je in het Koninkrijk bent of wilt zijn dan betekent dit simpelweg dat je al je aandacht erop richt. Zolang jij gelooft dat je je aandacht kunt geven aan iets dat niet waar is, accepteer je dat alle conflicten in je gedachten jouw eigen keuze zijn. Maar is dit wel echt een keuze? Het lijkt wel zo te zijn, maar schijn en werkelijkheid zijn niet hetzelfde en kunnen ook niet zo genoemd worden. Jij bent het Koninkrijk en daarom hou jij je niet bezig met een schijnwereld. De werkelijkheid is van jou omdat jij de werkelijkheid bent. Op die manier betekenen ‘hebben’ en ‘zijn’ hetzelfde, niet in het Koninkrijk, maar in jouw denkgeest. Het altaar van God in jou, daar waar de liefde is in jou, dat is de enige werkelijkheid. In het denken is dan totaal duidelijk waar het altaar is, want het altaar van de liefde weerspiegelt het volmaakte Denken van God. Jouw juiste manier van denken ziet alleen maar Kinderen van God, want zulke gedachten kunnen alleen maar zien wat je zelf bent.
  5. God heeft Zelf jouw denkgeest verlicht en houdt die door Zijn Eigen Licht ook constant verlicht, want jouw denkgeest is Zijn Licht. Hieraan is geen twijfel mogelijk, je hoeft je niet af te vragen of dit waar is en wanneer je er toch nog vraagtekens bij zet, dan krijg je antwoord. Het Antwoord van de Heilige Geest zorgt ervoor dat de vraag verdwijnt, want het Antwoord is dat je af te vragen of de werkelijkheid wel werkelijk zinloos is. Dat is ook de reden dat de Heilige Geest nooit iets vraagt of ergens aan twijfelt. De Heilige Geest heeft als taak om vragen weg te nemen en naar zekerheid te leiden. De mensen die zeker zijn, zijn volmaakt kalm, want ze kennen geen twijfel. Ze stellen geen vragen omdat er geen vragen bij hen opkomen om te stellen. Daardoor zijn ze kalm en vol vrede, omdat dit is wat ze delen met anderen, want ze weten wat ze zijn.

IV           ALS JE DE WAARHEID INZIET, GENEES JE JEZELF

  1. Je kunt alleen maar inzien dat iets waar is en inzien is ook het enige dat nodig is. Inspiratie komt van de Heilige Geest en zekerheid komt van God, volgens Zijn wetten. Inspiratie en zekerheid hebben dezelfde Oorsprong en Bron, want inspiratie vloeit uit de Stem namens God voort en zekerheid komt voort uit de wetten van God. Genezing komt niet rechtstreeks van God, want God ziet Zijn Scheppingen als volmaakt en heel. Aan de andere kant is genezing wel iets dat uit God voortkomt, want genezing ontstaat uit inspiratie en de wetten van God. Genezing is het gevolg daarvan, maar vanuit een denktoestand van een mens die God niet kent. God weet niet wat het is om niet genezen te zijn en daarom bestaat ziek zijn ook niet, maar de mensen die onbewust zijn slapen als het ware, ze weten niet dat ze volmaakt en heel zijn omdat God hen zo geschapen heeft.
  2. De Heilige Geest moet door jou werken om jou te laten beseffen dat Hij in  jou is. Zodra je tot dat besef komt, dan kun je ook inzien dat jij ‘in’ God bent omdat je deel van Hem bent. De Heilige Geest inspireert je om het wonder van de liefde te leren kennen door liefde te geven. Deze liefde kent geen onderscheid, want elk deel van de schepping is van dezelfde orde en van hetzelfde belang. Dit is de wet van God en die van jou. De wetten van God bepalen dit en de Heilige Geest herinnert jou hieraan. Wanneer je geneest, dan herinner je je de wetten van God en vergeet je de wetten van het ego. Vergeten is de manier om je beter te kunnen herinneren wie en wat je echt bent. Daarmee is vergeten nog niet de tegenhanger van herinneren. De herinnering aan wat jij werkelijk bent is van een veel hogere orde dan het vergeten van wat je niet bent. Dit inzicht lost alle conflicten in jezelf op.
  3. Het ego wil niet alles dat het weet delen met anderen, want dat zou niet het doel van het ego dienen. Daarom kan het ego ook niets leren. De Heilige Geest leert jou om dat wat het ego gemaakt heeft om te vormen naar het tegenovergestelde in een andere manier van kijken. Het enige dat je hoeft te doen is de moeite nemen om te leren, want de Heilige Geest heeft maar één doel voor ogen met de inspanning die jij doet. Hoe meer jij je richt op de juiste manier van denken, des te gemakkelijker leer je dat je eigen te maken. Uiteindelijk bereik je daardoor maar één resultaat en dat is de uiteindelijke bedoeling van al jouw inspanningen.
  4. Als jij je vermogen om lief te hebben uit handen geeft aan de Heilige Geest en als je je door Hem laat leiden, dan zal de Heilige Geest jouw vermogen op de juiste manier gebruiken. Hij gebruikt het alleen maar om te genezen, want Hij kent jou alleen maar als heel en volmaakt. Door te genezen leer jij wat heelheid en door dit te leren, leer jij je God te herinneren. Jij bent Hem vergeten, maar de Heilige Geest begrijpt dat Hij ervoor moet zorgen dat jij je God weer herinnert.
  5. Het doel van het ego is net zo duidelijk als dat van de Heilige Geest en daarom komen hun doelen op geen enkele manier overeen. De Heilige Geest probeert steeds weer samen te brengen en het helen. Zoals jij anderen geneest wordt jij genezen, want de Heilige Geest kent geen onmogelijke opgaven als het genezing betreft. Genezen is de manier om het geloof dat alle mensen verschillend zijn kwijt te raken en dat is de enige manier om alle kinderen van God als eenheid te kunnen zien. Daarom is deze manier van kijken naar mensen de wet van God volgen, ook al kent God Zelf dit alles niet, omdat Hij zijn wet Zelf gemaakt heeft en niet meer hoeft te leren. Maar de kracht van de goede manier van denken is zo groot, dat ze jouw gedachten in harmonie brengt met die van God, want deze gedachten staan ten dienste van Zijn Stem die in ons allemaal is.
  6. Het is natuurlijk een absurd idee dat jij tegen de Wil van God in zou kunnen gaan. Het ego gelooft dat het dit kan, en dat het aan jou zijn ‘eigen’ wil kan geven. Jij wilt de wil van het ego niet! Het is geen geschenk. Het is helemaal niets. God heeft jou een geschenk gegeven dat je niet alleen ‘hebt’, maar ook ‘bent’ en dat is de liefde. Wanneer je je geschenk niet gebruikt, dan vergeet je dat je het hebt. Wanneer je je niet herinnert dat je liefde bent, dan weet je ook niet wat je bent. Genezen is dus een manier om dichter bij deze kennis te komen door te denken volgens de wetten van God en door in te zien dat deze wetten voor iedereen gelden. Als je dit inzicht niet hebt, dan heb je geen enkel besef wat de wetten van God inhouden en betekenen. Maar de wetten van God zijn nooit zonder betekenis, want de betekenis van de wetten ligt in de wetten zelf.
  7. In het Koninkrijk van de Hemel zijn de wetten van God echt werkzaam en daarom moet je het Koninkrijk als eerste gaan zoeken, want de wetten van God zijn de wetten van de waarheid. Maar zoek niets anders, want er is niets anders te vinden. Er is niets anders. God is heel letterlijk Alles in Alles. Alles dat bestaat is in Hem die Alles is dat bestaat. Jij bent dus in Hem, want jouw bestaan is in het Bestaan van God. Als je genezen bent dan vergeet je het gevoel van gevaar dat het ego bij jou veroorzaakt heeft door het gevoel van gevaar in je medemens niet te zien. Dit maakt de Heilige Geest in jullie allebei sterker, want het komt erop neer dat je weigert angst te erkennen. Liefde heeft alleen deze uitnodiging nodig. Liefde komt zonder enige beperking, naar alle kinderen van God, want Liefde is het Kind van God. Door je bewust te worden van de liefde in jou, vergeet je alleen wat je niet bent. Daardoor kun jij je herinneren wat je bent.

V             GENEZING EN DE DENKGEEST DIE NIET VERANDERT

  1. Het lichaam is alleen maar een instrument om je vermogens te kunnen ontwikkelen, maar het heeft niets te maken met hoe je die vermogens gebruikt. Dat  is een beslissing. De gevolgen van de beslissing van het ego zijn zo overduidelijk om er hier een lang verhaal over te houden, maar de beslissing van de Heilige Geest om het lichaam te gebruiken als middel tot communicatie of in verbinding staan heeft zo rechtstreeks met genezing te maken, dat het wel duidelijk gemaakt moet worden hoe dit functioneert. De genezer die zelf niet genezen is begrijpt zo het lijkt zijn eigen roeping niet.
  2. Alleen de denkgeest communiceert. Het ego kan de impuls om te communiceren niet uitschakelen, want deze impuls is ook de impuls om te scheppen. Het ego kan je wel proberen te leren dat het lichaam zowel kan communiceren als scheppen en dat het daarom je denkgeest niet nodig heeft. Maar je kunt gedrag niet veranderen als je niet eerst in de noodzaak tot verandering gelooft. Je onderwijst aan anderen, wat je wel gelooft en je komt niet overtuigend op anderen over als je hen iets probeert te leren waar je zelf niet in gelooft. Een les die niet consequent is, zal niet worden geleerd. Als je zowel ziekte als genezing onderwijst, dan ben je zowel een slechte leraar als een slechte leerling.
  3. Genezing is het enige vermogen dat iedereen kan en moet ontwikkelen, tenminste als hij genezen wil worden. De Heilige Geest communiceert in de wereld door middel van genezing en dat is de enige vorm van communicatie die Hij accepteert. Er is geen andere manier van communiceren voor de Heilige Geest, want Hij accepteert de opvattingen van het ego over het lichaam en de denkgeest niet. De denkgeest kan communiceren maar niet kwetsen, dat kan alleen als de begrippen denkgeest en lichaam door elkaar worden gehaald. Ook deze situatie kan zowel voor genezing als voor magie worden gebruikt, maar bij magie hoort het geloof dat genezing schadelijk is. Dit geloof is het totaal waanzinnige uitgangspunt van magie en op die manier brengt dit geloof ook waanzinnige situaties voort.
  4. Genezing maakt alleen maar sterker. Magie probeert altijd zwakker te maken. Als je genezen bent dan zie je in anderen alleen dat wat hetzelfde is in iedereen. Magie ziet altijd iets speciaals in degene die anderen geneest, de genezer heeft iets te geven wat de ander niet heeft. Misschien denkt de genezer wel dat deze gave door God aan hem gegeven is, maar als hij denkt dat hij iets heeft dat anderen niet hebben, dan begrijpt hij overduidelijk helemaal niets van God.
  5. De Heilige Geest werkt niet toevallig en de genezing die van Hem komt werkt altijd. Als de genezer meent alleen, zonder de Heilige Geest, anderen te kunnen genezen, dan zijn de resultaten van zijn werk wisselend. Maar het genezen zelf werkt altijd, want alleen consistentie kent geen innerlijke conflicten en alleen zij die innerlijk heel zijn kennen geen conflicten in zichzelf. De genezer laat duidelijk blijken dat hij niet gelooft in voortdurende genezing als hij uitzonderingen accepteert en toegeeft dat hij soms wel en soms niet genezen kan. Hij kent dan innerlijke conflicten en leert die ook aan anderen. Hoe zou het mogelijk kunnen zijn dat iets dat van God afkomstig is er niet voor alle mensen en voor altijd is? Liefde is niet in staat uitzonderingen te maken. Alleen als er angst in het spel is lijkt het idee van uitzonderingen zinvol te zijn. Uitzonderingen maken bang, want ze worden door angst gemaakt. De woorden ‘angstige genezer’ kunnen niet samen gaan, want angst kan nooit genezen. Het begrip angst kan alleen maar geaccepteerd worden door een denkgeest die in strijd is met zichzelf.
  6. Angst maakt niet blij. Genezing wel! Angst maakt altijd uitzonderingen. Genezing niet! Angst verbreekt altijd de verbinding met anderen, omdat ze zorgt voor afscheiding. Genezing brengt altijd harmonie, want ze vloeit uit verbinding voort. Genezing is voorspelbaar, want men kan op haar rekenen. Op alles van God mag je rekenen, want alles van God is totaal echt. Je kunt op genezing rekenen, want inspiratie voor genezing komt van Zijn Stem en genezing is in harmonie met Zijn wetten. Maar als dit alles echt en waar is, dan kun je genezing niet beschouwen als incidenteel of willekeurig. Het begrijpen van genezing betekent dat je eeuwig en altijd genezing als hetzelfde ziet, want God is eeuwig en altijd dezelfde. En omdat dit de betekenis van God is, is dit ook jouw betekenis. Jij kunt niet een andere betekenis dan God hebben, want jouw betekenis komt van God en is als God. Het is onmogelijk om niet in harmonie met God te zijn, omdat God niet in disharmonie kan zijn met Zichzelf. Jij kunt je Zelf niet afscheiden van je Schepper die jou geschapen heeft door Zijn Wezen met jou te delen.
  7. De ongenezen genezer vraagt dankbaarheid van zijn medemensen, maar hij geeft dat niet terug aan hen. Dat komt omdat hij denkt dat hij hen iets geeft en daarvoor niets terugkrijgt dat net zo belangrijk is. Hij kan anderen niet veel leren omdat hij zelf zo weinig leert. Zijn les in genezing wordt beperkt door zijn eigen ondankbaarheid, die een les in ziekte is. Het echte leren is zo constant en levendig dat een kind van God op het ene moment zijn macht voelt en op het andere moment de wereld kan veranderen. Dat komt omdat hij, door zijn eigen denken te veranderen, het allersterkste instrument veranderd heeft dat hij ooit gekregen heeft om te kunnen veranderen. Dit is niet in tegenspraak met de denkgeest zoals God hem geschapen heeft, maar zolang jij via het ego leert, denk je dan je je denkgeest veranderd hebt. Dit brengt je in verwarring, want je moet leren je denken over je denkgeest te veranderen. Alleen op die manier kun je leren dat die onveranderlijk is.
  8. Wanneer je geneest is wat je leert dat je denkgeest niet verandert. Je herkent ook dat in je medemens de goddelijke denkgeest niet verandert, omdat die ook niet in staat is te veranderen wat God geschapen heeft. Op die manier zie je de Heilige Geest in hem. Alleen de Heilige Geest in jouw medemens verandert noot Zijn Denken. Hij kan wel denken dat hij zichzelf kan veranderen, want anders zou hij niet denken dat hij ziek is. Hij weet dan ook niet wat zijn Zelf is. Als jij alleen het onveranderlijke in hem ziet, heb je hem niet echt veranderd. Door voor hem je eigen denken over hem te veranderen, help je hem dat wat zijn ego in hem denkt te zien te veranderen.
  9. Zoals jij twee stemmen kunt horen, zo kun jij ook op twee manieren zien. De ene manier laat je een beeld zien of een afgod dat je wel uit angst kunt aanbidden, maar waar je nooit van zult kunnen houden. De andere kant laat je de waarheid zien, en die waarheid zul je liefhebben omdat je begrijpt wat de waarheid is. Begrip is waardering, want wat je begrijpt ken je in jezelf en door het met liefde te accepteren maak je het een deel van jezelf. Zo heeft God jou met liefde geschapen: met begrip, met waardering en met liefde. Het ego snapt hier helemaal niets van, want het begrijpt niet wat het maakt en het waardeert het ook niet en heeft het ook niet lief. Het ego wil alleen maar hebben wat een ander heeft en het gelooft letterlijk dat het groeit als het iets heeft wat een ander niet heeft. Jij kunt het Koninkrijk alleen maar laten groeien op de manier waarop het geschapen werd. De complete heerlijkheid en de volmaakte blijdschap is in het Koninkrijk te vinden, het is in jou aanwezig om aan anderen te worden gegeven. Wil je dit niet aan anderen geven?
  10. Jij kunt de Vader niet vergeten omdat de Christuskracht – de Liefde – bij je is en hij kan net zomin de Vader vergeten. De Christus vergeten is jezelf vergeten en Hem die jou geschapen heeft. Onze medemensen zijn vergeetachtig. Daarom hebben ze het nodig dat jij je de Christus herinnert die bij je is en Hem die de Christuskracht geschapen heeft. Doordat jij je dit herinnert, kun jij ervoor zorgen dat zij hun gedachten over zichzelf veranderen, zoals de Christus dat met jouw gedachten kan. Je beseft het misschien niet, maar jouw denkgeest is zo’n sterk licht, dat je in de denkgeest van een ander kunt zien en het daar kunt verlichten, net zoals de Christus dat bij jou kan. Hij wil niet zijn lichaam met je delen, want daarmee zou hij je niets geven. Zou hij soms proberen een illusie te delen met de allerheiligste kinderen van een allerheiligste Vader? Maar hij wil wel zijn denkgeest met je delen, want Jullie zijn een eenheid in de denkgeest die God is, en die Denkgeest is jouw denkgeest. Zie alleen die Denkgeest overal, zie alleen God overal, want die is in alles en is overal. Hij is alles omdat Hij alles in Zichzelf omvat, Hij leeft in alles dat bestaat. Als je dit alleen maar ziet, dan ben je een gezegend mens, want je ziet alleen dat wat waar is.
  11. Kom daarom bij Christus die als de Heilige Geest in jou woont, en luister naar de waarheid die in jou is. De denkgeest die je met hem deelt wordt door alle mensen gedeeld en wanneer we hen echt zien als wat ze werkelijk zijn, dan zullen zij genezen zijn. Laat jouw denkgeest samen met de Christus denkgeest hun denkgeest beschijnen en hen, doordat je hen dankbaar bent, bewust maken van het licht in hen. Dit licht zal op jou en op alle Kinderen van God terugstralen, want het is jouw geschenk aan God. Hij zal jouw geschenk aannemen en het aan alle Kinderen geven, omdat het geschenk voor Hem ook voor Zijn Kinderen bestemd is. Dit is de echte communie of gemeenschap met de Heilige Geest, die het altaar van God in ieder mens ziet, en doordat Hij jou laat inzien dat je elk altaar van God waarderen moet, roept Hij jou op om God en Zijn schepping lief te hebben. Je kunt de Kinderen van God alleen als één geheel waarderen, zonder uitzonderingen, want dan is er geen geheel meer. De eenheid van de mensheid hoort bij de wet van de schepping en daarom regeert deze wet alle gedachten.

VI           VAN WAAKZAAM ZIJN NAAR VREDE

  1. Je kunt de kinderen van God maar als één geheel, als totale mensheid, liefhebben, maar je kunt het ook als versplinterd zien. Maar, je kunt onmogelijk iets zien in één deeltje en tegelijkertijd ontkennen dat het deel bij het grote geheel hoort. Daarom staat geen enkele aanval op zichzelf en moet die aanval totaal worden losgelaten. Als de aanval niet totaal wordt losgelaten, dan wordt hij helemaal niet losgelaten. Angst en liefde maken of scheppen, dat hangt af of het ego angst veroorzaakt of dat de Heilige Geest liefde oproept, maar of de angst of de liefde zal naar de denkgeest van de denker terug komen en invloed uitoefenen op wat hij ziet. Dit geldt ook voor de denker zijn idee van God, van wat God geschapen heeft en van wat hij zelf geschapen heeft. Hij kan niet één van God Zijn scheppingen waarderen als hij er met angst naar kijkt. Hij zal ze allemaal waarderen als hij ze met liefde beziet.
  2. De denkgeest die aanval accepteert kan niet liefhebben. Dat komt omdat hij gelooft dat hij de liefde kan vernietigen en dus begrijpt hij niet wat liefde is. Als hij niet begrijpt wat liefde is, kan hij zichzelf niet als liefdevol zien. Dit houdt in dat hij het besef verliest van wat hij is, en het zorgt voor gevoelens van onwerkelijkheid en het gevolg is dat hij totaal verward is. Jouw gedachten hebben macht, maar die macht kan je niet verlossen van deze gedachten omdat de macht van de gedachten niet door jou gemaakt is. De macht geeft jou het vermogen om je gedachten te richten op de dingen die je zelf kiest. Als je denkt dat dit niet zo is, dan ontken je de macht van je denken en dan maak je die macht daardoor machteloos.
  3. Het ego is enorm vindingrijk om zichzelf in stand te houden, maar die vindingrijkheid wordt veroorzaakt door de macht van je denkgeest. Die macht is door jou niet gemaakt, maar dat feit erkent het ego niet. Dit betekent dat het ego datgene aanvalt waardoor het kan blijven bestaan en het gevolg moet wel extreme angst zijn. Daarom begrijpt het ego nooit wat het aan het doen is. Dit klinkt misschien logisch, maar in feite is het totaal krankzinnig. Het ego bestaat omdat het voortkomt uit de macht van de gedachten, maar van de bron van die gedachten wil het ego niets weten. Dit bedreigt weer zijn eigen bestaan en dat kan het ego ook weer niet verdragen. Deze cirkel van het ego lijkt misschien logisch, maar het blijft nog net zo krankzinnig en het ego lost dit krankzinnige dilemma op een totaal krankzinnige manier op. Het ziet niet dat zijn bestaan wordt bedreigd, omdat het de dreiging op jou  projecteert en jouw werkelijke wezen als onwerkelijk ziet. Als jij partij kiest voor je ego, dan is het voortbestaan ervan verzekerd, want het is de garantie dat jij nooit zult weten dat jij totaal veilig bent.
  4. Het ego kan zich niet veroorloven om iets, wat het ook maar is, echt te kennen. Kennis is totaal en compleet, maar het ego gelooft niet in compleetheid en totaliteit. Uit ongeloof is het ontstaan en hoewel jouw ego niet van jou houdt, is het wel trouw aan zichzelf en het maakt alles zoals het zelf werd gemaakt; niet compleet, niet veilig en niet heel. Jouw denkgeest, die van God afkomstig is, kan ook alleen maak maken zoals het zelf gemaakt is. Omdat het ego uit angst is ontstaan, produceert het alleen maar angst. Het ego is trouw aan de angst en daarom verraadt het de liefde, omdat jij liefde bent. Liefde is jouw kracht en die kracht moet het ego wel ontkennen. Bovendien moet het ego ook alles ontkennen wat deze kracht jou geeft, want die kracht geeft jou alles. Er is niemand die alles heeft die het ego nog wil! De maker van het ego wil het ego niet meer. Als je echt wilt weten wat je bent, dan zul je je ego moeten afwijzen en aan de kant moeten zetten. Daarbij komt nog dat als je het ego van anderen afwijst, weet je wat zij werkelijk zijn en dan herken je ook jezelf.
  5. Daarom is het ego tegen elke waardering, elke herkenning, het op de juiste manier kijken naar anderen en ook tegen alle innerlijke kennis. Het voelt zich totaal bedreigd door al die dingen, want het voelt dat de denkgeest die tegen hem kiest totaal toegewijd is aan al die dingen. Het ego wordt gedwongen om zich van jou los te maken en het is bereid zich ergens anders aan vast te klampen en het maakt hem niet uit wat dat is. Maar er is niets anders. De denkgeest is in staat illusies te bedenken en als hij dat doet dan zal hij er ook in geloven, want op die manier werden die illusies gemaakt.
  6. De Heilige Geest zorgt ervoor dat illusies verdwijnen zonder ze aan te vallen, want Hij kan deze illusies helemaal niet waarnemen. Voor Hem bestaan ze dan ook niet. Hij lost het conflict op dat naar het lijkt door illusies wordt veroorzaakt door te zien dat conflicten geen enkele betekenis hebben. Er is al eerder gezegd dat de Heilige Geest conflict precies ziet zoals het is, en het is zonder enige betekenis. De Heilige Geest wil niet dat jij begrijpt wat conflicten zijn. Hij wil dat jij inziet dat ze, doordat ze geen betekenis hebben, niet te begrijpen zijn. Begrip zorgt voor waardering en waardering zorgt voor liefde. Alleen liefde kun je begrijpen, want niets anders is echt en daarom heeft niets anders betekenis.
  7. Je kunt niet alert zijn op iets anders dan op het Koninkrijk van God als je luistert naar wat de Heilige Geest je probeert te vertellen. De enige reden waarom je dit misschien moeilijk kunt accepteren is dat je nog steeds denkt dat er iets anders bestaat. Geloof heeft geen waakzaamheid nodig, tenzij het geloof in strijd is met zichzelf. Als dat zo is, dan zijn er tegenstrijdigheden binnen het geloof die je in een innerlijke staat van oorlog hebben gebracht en daarom is het nodig dat je waakzaam bent. Als je vrede van binnen voelt heb je geen waakzaamheid nodig. Je hoeft alleen waakzaam te zijn tegen overtuigingen die niet war zijn en de Heilige Geest zou Zijn Stem in jou niet hoeven laten horen als jij niet gelooft in dat wat niet waar is. Wanneer jij iets gelooft, dan heb je het voor jezelf tot waarheid gemaakt. Wanneer jij in iets gelooft dat bij God onbekend is, dan lijkt het alsof jouw gedachten tegengesteld zijn aan die van Hem en daarom lijkt het er ook op dat jij Hem aanvalt.
  8. Er is al vaak de nadruk gelegd op de veronderstelling dat het ego gelooft dat het God kan aanvallen en daarmee jou ervan probeert te overtuigen dat jij dat hebt gedaan. Maar als de goddelijke denkgeest niet kan aanvallen, dan moet het ego wel volkomen logisch iets anders zoeken dat aan kan vallen en dat ben jij als lichaam. Daarom is het ego overtuigd dat jij een lichaam bent. Door jou niet te zien zoals jij echt bent, kan het zichzelf zien zoals het wil zijn. Het is zich ervan bewust dat het zwak is en daarom zoekt het jouw trouw, maar niet van jou zoals jij werkelijk bent. Het ego wil jou overtuigen van zijn eigen waansysteem en jou erin betrekken, want anders zou jouw inzicht dat je geen lichaam bent maar een goddelijke denkgeest het ego oplossen. Het ego wilt helemaal niets weten van de waarheid, omdat het zelf niet waar is. Als de waarheid totaal en compleet is, dan kan dat wat niet waar is niet bestaan. je kunt je maar aan één van beiden volledig toewijden, aan de waarheid of aan de leugen, je kunt niet beide in je gedachten bestaan zonder een enorm conflict te veroorzaken. Als de waarheid en de leugen niet samen in vrede naast elkaar kunnen leven, en dat kunnen ze niet, én jij wilt vrede, dan is het nodig dat jij het idee van strijd totaal en voor altijd opgeeft. Daarvoor moet je waakzaam zijn zolang je niet volledig inziet wat waar is. Zolang jij gelooft dat je twee totaal verschillende manieren van denken in je gedachten kunt toestaan en dat beiden waar zijn, is het overduidelijk dat jij alert moet zijn en blijven.
  9. Jouw denkgeest verdeelt zijn trouw tussen twee tegenovergestelde koninkrijken en jij bent niet volledig toegewijd aan één van beiden. Dat jij bij het Koninkrijk hoort twijfelt niemand aan, behalve door jezelf als je op een krankzinnige manier denkt. Wat jij bent wordt niet bepaald door wat je denkt en het wordt er ook helemaal niet door beïnvloed. Als jij problemen hebt met het bepalen van wie je bent betekent dat niet dat je echte problemen hebt. Het zijn problemen op begripsniveau, want omdat de overtuiging aanwezig is ben jij in de veronderstelling dat het aan jou is om te beslissen wat jij bent. Omdat het ego hier helemaal op gericht is, moet het hier ook wel totaal van overtuigd zijn. Het is niet waar! Het ego is helemaal gericht op een onwaarheid en daarom ziet het jou op een manier die totaal tegengesteld is aan hoe de Heilige Geest naar jou kijkt en met de kennis van God over jou.
  10. Alleen de Heilige Geest kent jouw echte betekenis, want jouw wezen is de kennis van God. Elke overtuiging die jij los van deze betekenis accepteert zal er voor zorgen dat Gods Stem in jou onverstaanbaar wordt en daardoor wordt God verborgen voor jou. Je kunt de Schepper niet kennen als je in Zijn Schepping niet de waarheid ziet, want God en Zijn Schepping zijn niet van elkaar gescheiden. De Eenheid van Schepper en schepping is garantie voor jouw heelheid, je innerlijke gezondheid en je onbeperkte macht. Deze onbeperkte macht is Gods geschenk aan jou, omdat dit is wat jij bent. Als jij je denkgeest hiervan losmaakt, zie jij de machtigste kracht in het universum alsof die zwak is, omdat je niet gelooft dat je er deel van bent.
  11. Wanneer je naar Gods schepping kijkt zonder dat je je bewust bent van jouw deel daarin, dan zie je de schepping als zwak en mensen die van zichzelf vinden dat ze verzwakt zijn vallen beslist aan. Maar je moet wel totaal verblind zijn, want er valt niets aan te vallen. Daarom verzinnen ze beelden, die ze als onbelangrijk zien en vallen die dan aan omdat ze er geen waarde aan hechten. Dit is wat de inhoud van de wereld is. Het is niets! Het heeft geen betekenis. Ze bestaat niet. Probeer het niet te begrijpen, want als je dat doet, dan geloof je dat je het kunt begrijpen en dat je het kunt waarderen en dat je ervan kunt houden. Jouw geloof rechtvaardigt de wereld van het ego en dat geloof is gewoon niet gerechtvaardigd. Jij kunt geen betekenis geven aan iets dat geen betekenis heeft. Een poging om dat te doen is niets anders dan waanzin.
  12. Dat jij krankzinnigheid in je denkgeest hebt toegelaten, betekent dat je niet de wens hebt om innerlijk gezond te zijn. Als jij iets anders wilt, dan zul je iets anders maken, maar omdat het iets anders is zal het jouw manier van denken aanvallen en je trouw opeisen en daardoor verdelen. Als je verdeeld bent kun je niet scheppen, en je moet daarbij ook nog alert zijn tegen deze verdeeldheid, want alleen vrede kun je uitbreiden. Je verdeelde denkgeest zorgt ervoor dat de uitbreiding van het Koninkrijk belemmerd wordt, terwijl die uitbreiding voor jou blijdschap betekent. Als jij het Koninkrijk niet uitbreidt, dan denk je niet met jouw Schepper en dan schep je niet zoals Hij geschapen heeft.
  13. In deze depressief makende toestand herinnert de Heilige Geest jou er zachtjes aan dat je verdrietig bent omdat jij je functie als medeschepper van God niet vervult en daardoor jezelf blij zijn ontzegt. Dit is niet de keuze van God, maar alleen die van jou. Als het mogelijk was dat je niet in harmonie met God bent, dan heeft jouw willen geen enkele betekenis. Maar omdat God Zijn Wil niet verandert kan jouw wil ook niet veranderen. Dit is de volmaakte en voortdurende les van de Heilige Geest. Het is jouw oorspronkelijke wil om te scheppen en niet om je af te scheiden. Dit is jouw wil omdat het de Wil van God is en niets wat zich daar tegen verzet heeft ook maar enige betekenis. Het Kindschap van God is een volmaakt werk van God en daarom kan het alleen maar het volmaakte scheppen, waarbij het de blijdschap uitbreidt  waarin het geschapen werd. Het Kindschap van God betekent eenheid met God en met de scheppingen die het Kind geschapen heeft, want weten dat je Kind van God bent betekent dat je weet dat je één met God bent.

VII          DE TOTALITEIT VAN HET KONINKRIJK

  1. Telkens wanneer je je medemens niet zegent, voel jij je op de één of andere manier misdeeld, want een afwijzing is net zo totaal als liefde. Het is net zo onmogelijk om een deel van de kinderen van God af te wijzen als het is om maar een deel van hen lief te hebben. Het is net zo onmogelijk om zo nu en dan maar lief te hebben. Je kunt niet af ten toe totaal toegewijd zijn. Afwijzen van anderen heeft op zichzelf geen macht, maar je kunt er de macht van je denkgeest aan geven, en die macht is onbeperkt. Als je die gebruikt om te ontkennen wat de echte werkelijkheid is, dan is de werkelijkheid voor jou verdwenen. De werkelijkheid kan niet voor een deel worden gewaardeerd. Daarom betekent het dat wanneer je een deel ervan ontkent, dat je het besef van het geheel kwijt bent. Maar ontkenning is een verdediging en daarom kan ontkenning zowel positief als negatief worden gebruikt. Als het negatief gebruikt wordt, dan is ontkenning vernietigend, want ze wordt gebruikt om aan te vallen. Als ontkenning positief wordt gebruikt om de Heilige Geest te dienen, dan kan ontkenning je helpen om een deel van de werkelijkheid te herkennen als echt en op die manier kun je ook het geheel leren waarderen. Je kunt je denkgeest niet stopzetten, daarvoor is ze te machtig. Je kunt altijd beïnvloed worden door je gedachten, je hebt niet de macht om dat te voorkomen.
  2. Wanneer een medemens zich krankzinnig gedraagt, dan biedt hij jou een gelegenheid om hem te zegenen. Zijn behoefte is dezelfde als die van jou. Jij hebt de zegen nodig die jij hem kunt geven. Er is voor jou geen andere manier om die te ontvangen dan door die te geven. Dat is de wet van God en daar zijn geen uitzonderingen op. Wat je afwijst kom je tekort, niet omdat er gebrek aan is, maar omdat jij het in een ander hebt ontkend en je je daarom ook niet bewust bent van wat je zelf bezit. Elke reactie van jou wordt bepaald door wat jij denkt dat je bent, en wat je wilt zijn is wat je denkt dat je bent. Wat je wilt zijn moet dus wel al jouw reacties bepalen.
  3. Jij hebt God zegen niet nodig, omdat je die al voor eeuwig hebt, maar jij hebt wel die van jou zelf nodig. Zoals het ego het je voorstelt, ben je misdeeld, liefdeloos en kwetsbaar. Zoiets kun je niet liefhebben. Toch kun je heel makkelijk aan dit beeld ontkomen door het achter je te laten. Daar ben jij niet, dat ben jij niet. Als je dit beeld in niemand ziet, dan heb je geaccepteerd dat jij dat niet bent. Alle illusies over de Kinderen van God worden samen opgelost, net zoals ze samen werden gemaakt. Leer niemand dat hij is wat je zelf niet zou willen zijn. Jouw medemens is de spiegel waarin jij het beeld van jezelf ziet zolang je in de wereld bent en met de blik van de wereld kijkt. Totdat alle Kinderen van God beseffen dat ze één zijn zal de blik op de wereld gericht zijn. Jij hebt jouw blik op de wereld gemaakt en ze duurt zolang jij dat wilt.
  4. Illusies zijn investeringen. Ze duren zolang jij er waarde aan hecht. Waarden zijn betrekkelijk, maar ze zijn machtig omdat het geestelijke oordelen zijn. De enige manier om illusies te laten verdwijnen is elke investering erin terug halen; ze hebben voor jou dan geen kracht meer omdat je ze uit je denkgeest gebannen hebt. Zolang jij ze in gedachten houdt, geef je ze leven. Alleen is er daar niets om jouw geschenk in ontvangst te nemen.
  5. Het is jouw recht om het geschenk van het leven te geven, omdat ze jou geschonken werd. Jij bent je niet van jouw gave bewust, omdat je haar niet geeft. Je kunt ‘niets’ niet levend maken, omdat ‘niets’ niet tot leven kan worden gewekt. Daarom breid je de gave die je niet alleen hebt maar ook  bent niet uit, en op die manier ken je je eigen wezen niet. Alle verwarring ontstaat doordat je het leven niet uitbreidt en dat is niet de Wil van jouw Schepper. Je kunt los van Hem niets doen, en los van Hem doe je ook niets. Blijf op Zijn weg om je jezelf te herinneren en onderwijs aan anderen Zijn weg zodat jij jezelf niet vergeet. Bewijs alleen eer aan de Kinderen van de Levende God en zie jezelf vol blijdschap als één van hen.
  6. Alleen eer is een passend geschenk voor hen die God Zelf geschapen heeft als waard om te eren, en die Hij eert. Geef hen de waardering die God hun constant geeft, omdat ze Zijn Kinderen zijn die Hij lief heeft. Rust in Zijn Liefde en bescherm jouw rust door lief te hebben. Maar heb alles lief wat Hij geschapen heeft en waarvan jij een deel bent, anders zul je Zijn vrede niet leren kennen en Zijn geschenk niet accepteren voor jezelf en als jezelf. Jij kunt je eigen volmaaktheid niet kennen voordat jij al degenen geëerd hebt die geschapen werden zoals jij.
  7. Eén kind van God is de enige leraar die waardig genoeg is om een ander te onderwijzen. Eén Leraar is in alle denkgeesten en Hij onderwijst aan allemaal dezelfde les. Hij leert jou steeds de onschatbare waarde van ieder Kind van God en doet dat met oneindig geduld, geboren uit de oneindige Liefde uit naam waarvan Hij spreekt. Elke aanval is een roep om Zijn geduld, want Zijn geduld kan elke aanval in een zegening omzetten. Zij die aanvallen weten niet dat zij gezegend zijn. Ze vallen aan omdat ze geloven dat ze misdeeld zijn. Geef hen daarom van jouw overvloed, en leer je medemensen dat ook zij liefde in overvloed kunnen geven. Deel hun illusie van tekorten en gebrek niet, anders zul jij van jezelf denken dat je ook tekort komt en gebrek lijdt.
  8. Een aanval kan alleen maar een aanval uitlokken als jij die aanval als een middel ziet om iets van jou af te pakken wat jij wilt houden. Toch kun je niets verliezen, tenzij je er geen waarde aan hecht en het dan ook niet wilt. Als je er waarde aan hecht denk je dat je iets tekort komt en door jouw gevoel van tekort te projecteren op een ander, geloof je dat die ander het van je wil afnemen. Je moet wel angstig zijn als je gelooft dat je medemens jou aanvalt om het Koninkrijk van de Hemel van je af te pakken. Die angst is de uiteindelijke basis voor alle projectie van het ego.
  9. Omdat het ego dat deel van je denkgeest is dat niet gelooft dat het voor zichzelf verantwoordelijk is en omdat het niet trouw is aan God, is het niet in staat om vertrouwen te geven. Doordat het zijn krankzinnige overtuiging projecteert dat jij je Schepper verraden hebt, gelooft het dat jouw medemensen – die net zomin als jij in staat zijn om God te verraden – eropuit zijn om God van je af te pakken. Elke keer wanneer een medemens iemand aanvalt gelooft hij dat. Projectie ziet jouw wensen altijd in anderen. Als jij ervoor kiest om jezelf van God af te scheiden, dan is dat wat je denkt dat anderen jou proberen aan te doen.
  10. Jij bent de Wil van God. Accepteer niets anders als jouw wil, anders ontken je wat je bent. Ontken dat en je zult aanvallen, omdat je ervan overtuigd bent dat je aangevallen bent. Als je echter de Liefde van God in jezelf ziet dan zul je die overal zien omdat ze overal is. Als je Zijn overvloed in iedereen ziet dan zul je weten dat jij met hen in Hem bent. Zij zijn deel van jou, zoals jij deel bent van God. Jij bent, wanneer je dit niet begrijpt, net zo eenzaam als God Zelf wanneer Zijn Kinderen Hem niet kennen. Wanneer je dit begrijpt betekent het dat je de vrede van God leert kennen. Er is maar één weg uit het denken van de wereld, zoals er ook maar één weg naar de wereld toe was. Begrip totaal door te begrijpen wat er met totaliteit bedoeld wordt.
  11. Wanneer je inziet dat het denksysteem van het ego totaal krankzinnig en complete hersenspinsels en totaal onwenselijk is, dan heb je aan alles de juiste waarde toegekend. Deze correctie in je denken zorgt ervoor dat jij elk deel van de schepping als totaal echt, totaal volmaakt en totaal wenselijk ziet. Door alleen dit te willen zijn, zul je ook alleen dit hebben en door dit alleen te geven zul je ook alleen dit zijn.  De gaven die jij aan het ego geeft worden telkens ervaren als offers, maar de gaven die jij aan het Koninkrijk geeft zijn gaven aan jezelf. Ze zullen altijd door God gekoesterd worden, omdat ze voor Zijn geliefde Kinderen zijn, die van Hem zijn. Alle kracht en heerlijkheid is van jou, want van Hem is het Koninkrijk.

VIII         HET ONGELOOFLIJKE GELOOF

  1. Er is al gezegd dat er zonder projectie ook geen woede kan zijn, maar het is ook waar dat er zonder uitbreiding geen liefde kan zijn. Dit weerspiegelt een wet van de denkgeest die fundamenteel is en dus is het een wet die altijd werkzaam is. Het is de wet waarmee jij schept en werd geschapen. Het is de wet die het Koninkrijk één maakt en in Gods Denkgeest bewaart. Door het ego wordt de wet gezien als een middel om iets kwijt te raken wat hij niet wil. Voor de Heilige Geest is het de fundamentele wet van het delen, waardoor jij geeft waar je waarde aan hecht met als doel het in je denkgeest te behouden. Voor de Heilige Geest is het de wet van uitbreiding. Voor het ego is het de wet van missen en tekort komen. De wet zorgt dan ook voor overvloed of voor tekort, dat is afhankelijk van de manier waarop jij de wet toepast. Die keuze is aan jou, maar het is niet aan jou om te beslissen of jij al dan niet van de wet gebruik zult maken. Ieder mens moet of projecteren of uitbreiden, want zo leeft hij en elk mens is leven.
  2. Je moet eerst volledig begrijpen hoe het ego gebruik maakt van projectie, want anders kun je het verband tussen projectie en woede niet ongedaan maken. Het ego probeert altijd conflicten in stand te houden. Het is heel erg vindingrijk in het bedenken van manieren die conflicten lijken te verminderen, want het wil niet dat jij conflicten zo moeilijk en lastig en ondraaglijk vindt dat je ze per se op wilt geven. Het ego probeert jou er daarom van te overtuigen dat hij je van conflicten bevrijden kan uit angst dat jij je ego opgeeft en jezelf vrij maakt. Het ego maakt gebruik van zijn eigen bedachte en veranderde versie van Gods wetten en gebruikt de macht van de denkgeest alleen maar om ervoor te zorgen dat jij niet in de gaten krijgt wat je werkelijk bent. Het projecteert de conflicten van jouw denkgeest op anderen om te proberen jou ervan te overtuigen dat je ze daarmee kwijt bent geraakt.
  3. In deze poging zitten twee hele grote vergissingen. Ten eerste kunnen conflicten eigenlijk niet worden geprojecteerd, want ze kunnen niet worden gedeeld, de conflicten zitten in jouw gedachten. Je kunt wel proberen een deel ervan kwijt te raken, maar dat heeft in feite geen enkele betekenis omdat je je gedachten niet kwijt kunt raken. Je moet onthouden dat een leraar die een innerlijk conflict heeft een slechte leraar is en daarbij ook nog een slechte leerling. Zijn lessen zijn verward en wat hij probeert over te brengen wordt beperkt door die verwarring. De tweede vergissing is inderdaad het idee dat je iets dat je niet wilt kwijt kunt raken door het weg te geven. Geven is de manier om het te houden.  Het idee dat je het uit je innerlijk hebt weggehaald door het buiten je te plaatsen en het daar te zien is een totale vervorming van wat het begrip uitbreiding eigenlijk betekent. Daarom moeten mensen die projecteren altijd alert zijn op hun eigen veiligheid. Ze zijn bang dat hun projecties bij hen terug zullen komen en hen pijn zullen doen. Door te geloven dat ze hun projecties uit hun gedachten hebben gewist, geloven ze ook dat hun projecties weer proberen naar binnen te sluipen. Maar omdat hun projecties hun gedachten niet hebben verlaten, zijn ze gedwongen zich steeds heel druk te blijven maken om dit niet onder ogen te hoeven zien.
  4. Je kunt een illusie over iemand anders niet in stand houden zonder die ook over jezelf in stand te houden. Je kunt hier niet aan ontkomen, want het is onmogelijk je gedachten in stukjes op te delen. De denkgeest kan niet aangevallen worden omdat ze door God geschapen is. Het geloof dat dit wel mogelijk is, is een vergissing die het ego constant maakt en het is de basis van al het gebruik van projectie van het ego. Het ego begrijpt niet wat de denkgeest is, en begrijpt daarom ook niet wat jij bent. Toch kan het ego niet bestaan zonder jouw denkgeest, want het ego is jouw geloof. Het ego is een verwarring over wat jij bent. Omdat het nooit een strikt voorbeeld heeft gehad, heeft het zich ook nooit consequent ontwikkeld. Het ego is het gevolg en het product van de wetten van God die verkeerd toegepast worden door verwrongen denkgeesten die hun macht misbruiken.
  5. Wees niet bang voor het ego! Het ego is afhankelijk van jouw denkgeest en zoals jij het hebt gemaakt door erin te geloven, zo kun je het ook laten verdwijnen door er niet meer in te geloven. Projecteer de verantwoordelijkheid voor het geloof in je ego niet op iemand anders, want dan houd je het geloof in je ego in stand. Als jij bereid bent om de bijzondere verantwoordelijkheid voor het bestaan van je ego op je te nemen, dan zul je alle woede en aanval daarmee aan de kant zetten, want die ontstaan uit een poging om je verantwoordelijkheid voor je eigen vergissingen te projecteren. Maar als je geaccepteerd hebt dat het jouw vergissingen zijn, hou ze dan niet vast. Geef ze snel over aan de Heilige Geest om ze totaal te laten verdwijnen, zodat alle gevolgen van jouw vergissingen uit jouw gedachten en uit alle Kinderen van God als geheel zullen verdwijnen.
  6. De Heilige Geest zal jou leren om te zien wat buiten het bereik van je geloof in het ego ligt, want de waarheid staat boven alle geloof en Zijn waarneming is waar. Het ego kan op elk moment totaal worden vergeten, omdat het een totaal ongelooflijk geloof is en niemand kan in iets blijven geloven dat hij ongeloofwaardig vindt. Hoe meer jij over het ego leert, des te meer je in zult zien dat het ego niet kan worden geloofd. Het ongelooflijke kun je nooit begrijpen omdat het ongeloofwaardig is. Het is duidelijk dat het ongeloofwaardige geen enkele betekenis heeft, maar het kan wel zijn dat je niet inziet dat het buiten alle geloof ligt omdat het dankzij het geloof in je ego is ontstaan.
  7. Deze cursus heeft als enige doel jouw te leren dat het ego ongeloofwaardig is en ook altijd ongeloofwaardig zal blijven. Maar je kunt dit oordeel niet alleen vellen over het ego, omdat jij het ego gemaakt hebt door het ongelooflijke te geloven. Door de verzoening met God te accepteren verwerp je het geloof dat je alleen kunt zijn en bevestig je dat je werkelijke zelf bij het Koninkrijk hoort als letterlijk een deel van jou. Deze bevestiging dat je helemaal bij het Koninkrijk van God hoort stijgt ver boven geloof uit. Jouw heelheid kent geen grenzen, want ‘zijn’ betekent oneindigheid.

IX            DE UITBREIDING VAN HET KONINKRIJK

  1. Jij alleen bent in staat om jezelf te beperken in je scheppingskracht, maar God wil die juist vrij maken. Hij wil niet dat jij je eigen scheppingen af pakt, net zomin als Hij Zichzelf Zijn scheppingen afpakt. Hou je geschenk niet voor jezelf maar geef het aan de Kinderen van God, want als je dat doet dan geef je jezelf niet aan God. Egoïsme hoort bij het ego, maar vervuld zijn van jezelf hoort bij de geest, omdat God die zo geschapen heeft. De Heilige Geest woont in jou op de scheidslijn tussen het ego en de geest en Hij bemiddelt altijd tussen hen, maar hij kiest altijd de kant van de geest. Voor het ego betekent dit dat de Heilige Geest partijdig is, en het reageert alsof de Heilige Geest tegen hem is. Voor de geest is deze bemiddeling de waarheid, want de geest kent zijn volheid en kan zich niet indenken dat hij buitengesloten wordt van anderen.
  2. De geest weet dat het bewustzijn van alle medemensen in hem besloten is, zoals dat besloten ligt in God. De macht van alle Kinderen van God en van hun Schepper is dus de volheid van de geest zelf, die zijn scheppingen heel maakt en net zo volmaakt als de Schepper zelf. Het ego kan niet overwinnen over een totaliteit waarin God besloten ligt, en elke totaliteit moet God wel insluiten. Hij heeft aan alles dat Hij gemaakt heeft Zijn Macht gegeven omdat het deel van Hem is en Zijn Wezen met Hem deelt, omdat hij alles geschapen heeft. Scheppen is het tegenovergestelde van verliezen, net zoals zegenen het tegenovergestelde is van opofferen. “Zijn” moet worden uitgebreid, want op die manier houdt het de kennis van zichzelf. De geest verlangt ernaar om zijn wezen te delen zoals zijn Schepper dat deed. De geest is door dit delen geschapen en daarom is het zijn wil om te scheppen. Hij wil God niet begrenzen maar hij wil Zijn Wezen uitbreiden.
  3. God Zijn Wezen uitbreiden is de enige functie van de geest. Zijn volheid kan net zomin begrensd worden als de volheid van zijn Schepper. Volheid is uitbreiding. De hele manier van denken van het ego staat uitbreiding in de weg en begrensd op die manier jouw enige functie. Daardoor zorgt het ervoor dat je blijdschap niet vrij kan stromen en dat jij je niet vervuld voelt. Als je niet schept ben je niet vervuld, maar God kent geen onvervuldheid en daarom kun jij niet anders dan scheppen. Jij kent misschien je eigen scheppingen niet, maar dit kan de echtheid ervan niet beïnvloeden, net zomin als het feit dat jij je niet van je geest bewust bent en zijn wezen beïnvloeden kunt.
  4. Het Koninkrijk breidt zich eeuwig uit omdat het in God Zijn Denkgeest bestaat. Jij kent je eigen blijdschap niet, omdat jij geen weet hebt van je Zelf-vervuldheid. Je bent niet heel als je een deel van het Koninkrijk uit sluit. Een gespleten denkgeest kan zijn eigen volheid niet zien en heeft het nodig dat het wonder van zijn heelheid in hem bewust wordt en hem geneest. Hierdoor wordt de heelheid in hem opnieuw wakker en geeft hem terug aan het Koninkrijk  op basis van zijn acceptatie van de heelheid. Door de Zelf-vervuldheid van de denkgeest volledig te accepteren wordt egoïsme onmogelijk en uitbreiding onvermijdelijk. Daarom is er in het Koninkrijk volmaakte vrede. De geest voert zijn functie uit en alleen vervulling betekent vrede.
  5. Jouw scheppingen worden voor jou beschermd doordat de Heilige Geest, die in jouw denkgeest woont, ze kent en je bewust kan maken van hun betekenis als jij Hem dat maar toestaat. Jouw scheppingen zijn in jouw denkgeest als deel van jouw wezen omdat ze deel van jouw vervulling zijn. De scheppingen van ieder Kind van God zijn van jou, want iedere schepping hoort aan iedereen toe, want ze zijn voor alle Kinderen van God geschapen.
  6. Je bent niet vergeten om dat wat je van God geërfd hebt groter te maken en aan Gods Kinderen te geven en dus ben je niet vergeten het voor jezelf veilig te stellen. Omdat het Gods Wil was om jouw erfenis aan jou te geven, gaf Hij het voor eeuwig. Omdat het Zijn Wil was dat jij het voor eeuwig zou hebben, gaf Hij jou ook de middelen om het te houden. En dat heb je ook gedaan! Alleen krankzinnigen kunnen bedenken dat ze God Zijn Wil niet hoeven te gehoorzamen. In waarheid is dit onmogelijk. Jouw Zelf-vervuldheid is net zo grenzeloos als die van God. Zoals die van God breidt Ze zich voor eeuwig in volmaakte vrede uit. Haar straling is zo sterk dat Ze in volmaakte blijdschap schept en alleen wat heel is kan uit Haar Heelheid worden geboren.
  7. Vertrouw erop dat jij jouw Identiteit en de uitbreidingen die deze Identiteit in heelheid en vrijheid in stand houden nooit kwijt geraakt bent. Wonderen zijn een uitdrukking van dit vertrouwen. Ze zijn een weerspiegeling van zowel jouw juiste vereenzelviging met je medemensen als van je besef dat jouw vereenzelviging door uitbreiding blijft bestaan. Het wonder is een les in waarnemen wat totaal en heel is. Doordat je een deel van de totaliteit opneemt, heb je het geheel opgenomen.

X             DOOR ELKAAR HALEN VAN PIJN EN BLIJDSCHAP

  1. Het Koninkrijk is, net als deze wereld, het resultaat van bepaalde basisprincipes. Misschien heb je de argumenten van het ego gevolgd tot aan zijn logische conclusies, maar die conclusie komt er wel op neer dat jij over alles in de war bent. Als jij dit echt in de gaten had, dan zou je het echt niet willen. De enige reden dat je misschien in het ego gelooft is dat je het niet in zijn geheel ziet. Jij gelooft misschien wel in de logische basisprincipes van het ego, maar niet in het logische gevolg dat vanuit het ego voortvloeit. Zou het kunnen dat je hetzelfde met de uitgangspunten van God hebt gedaan? Jouw scheppingen zijn het logische gevolg van Gods uitgangspunten en basisprincipes. Zijn Denken heeft daarvoor gezorgd. Jouw scheppingen zijn precies daar waar ze thuis horen. Ze horen thuis in jouw denkgeest en je inzicht in wat zich daarin bevindt, zijn afhankelijk van wat jij over je denkgeest gelooft. Wat dat ook mag zijn, het zijn de uitgangspunten die bepalen wat je in je gedachten toelaat.
  2. Het is nu vast wel duidelijk dat je in je gedachten iets kunt toelaten wat er niet is en ontkennen wat er wel is. Je kunt misschien de functie die God Zelf via Zijn Denkgeest aan jouw denkgeest gaf wel ontkennen, maar je kunt die functie niet tegenhouden. Ze is het logische gevolg van wat jij bent. Je moet wel willen zien dat dit het logische gevolg is, maar de waarheid ervan heeft niets te maken met het feit of jij wel of niet bereid bent dit in te zien. De waarheid is Gods Wil. Als je Zijn Wil deelt dan deel je wat je weet. Als je ontkent dat Zijn Wil dezelfde is als die van jou dan ontken je Zijn Koninkrijk en ook dat van jou.
  3. De Heilige Geest wil jou alleen maar leiden om pijn te vermijden. Als je dit zou begrijpen zou niemand bezwaar maken tegen Zijn leiding. Het probleem is niet of wat de Heilige Geest zegt waar is, maar of jij wilt luisteren naar wat Hij zegt. Je begrijpt net zomin wat pijnlijk is of wat je blij maakt en je bent in feite heel erg geneigd om die twee met elkaar te verwarren. Deze verwarring ontstaat door het hele idee van offeren of opofferen. Als je gehoorzaam bent aan de Stem van de Heilige Geest, dan zul je je ego weggeven, maar je zult niets offeren. Integendeel, je zult alles winnen. Als je dit geloofde, dan was er geen innerlijk conflict in jou.
  4. Het is daarom nodig dat jij het meest logische in praktijk brengt en daarmee voor jezelf demonstreert. Voor jou is het niet logisch. Jij gelooft dat het vooral beter kan zijn om het tegenovergestelde van Gods Wil te doen. Jij gelooft ook dat het mogelijk is om echt het tegenovergestelde van Gods Wil te doen. Daarom geloof je dat je een keuzemogelijkheid hebt die in werkelijkheid onmogelijk is en dan is dat ook nog een keuze die je angst aanjaagt en daarnaast gewenst is. Maar God wil. Hij wenst niet. Jouw wil is net zo machtig als die van Hem omdat het Zijn Wil is. De wensen van het ego betekenen helemaal niets, omdat het ego het onmogelijke wenst. Je kunt het onmogelijke wensen, maar willen kun je alleen met God. Hierin ligt de zwakheid van het ego en hierin ligt jouw kracht.
  5. De Heilige Geest kiest altijd jouw kant en die van jouw kracht. Zolang jij op de één of andere manier Zijn leiding probeert te ontwijken, wil jij zwak zijn. Maar zwakheid maakt bang.  Wat kan deze beslissing dan anders betekenen dan dat je bang wilt zijn? De Heilige Geest vraagt nooit om een offer, maar het ego doet dat de hele tijd. Wanneer jij in de war bent door dit verschil in motivatie, dan kan dat alleen maar projectie als oorzaak hebben. Projectie is een verwarring in motivatie en als je verward bent, is vertrouwen onmogelijk. Niemand gehoorzaamt graag een leider die hij niet vertrouwt, maar dat betekent nog niet dat de leider onbetrouwbaar is. In dit geval betekent het altijd dat de volgeling van de leider onbetrouwbaar is. Maar ook dat is alleen maar een kwestie van zijn eigen mening. Omdat hij gelooft dat hij kan verraden, gelooft hij ook dat alles hem verraden kan. Toch komt dit alleen doordat hij ervoor gekozen heeft een valse leider te volgen. Hij is niet in staat om deze leider zonder angst te volgen en hij brengt daardoor angst in verband met leiding en weigert daardoor überhaupt ook maar enige leiding te volgen.
  6. De Heilige Geest is, net als jij, volmaakt te vertrouwen. God Zelf vertrouwt jou, en daarom is betrouwbaarheid altijd boven alle twijfel verheven. Ze zal altijd boven alle twijfel verheven blijven, ook al twijfel je er nog zo aan. Er is al eerder gezegd dat jij de Wil van God bent. Zijn Wil is geen loze kreet, en jouw keuze oom je met Zijn Wil te vereenzelvigen is ook niet een vrije keuze, omdat dit is wat jij bent. Zijn Wil die hij met jou en met de Christus deelt staat niet echt open voor vrije keuze, ook al lijkt dat misschien wel zo. De hele afscheiding van God ligt in deze dwaling besloten. De enige uitweg uit deze vergissing is de beslissing dat jij helemaal niets hoeft te beslissen. Alles is jou door God Zijn beslissing gegeven. Dat is Zijn Wil, en die kun jij niet ongedaan maken.
  7. Ook al wens je om je valse voorrecht om beslissingen te nemen op te geven, dan kun jij alleen die wens niet uitvoeren. Het werd voor jou uitgevoerd door de Wil van God, die jou niet zonder troost heeft achtergelaten. Zijn Stem zal jou leren hoe je verschil kunt maken tussen pijn en blijdschap en Hij zal jou wegleiden van de verwarring die je hebt gemaakt. Er bestaat geen verwarring in de denkgeest van een Kind van God, van wie de Wil van de Vader moet zijn, want de Wil van de Vader is Zijn Kind.
  8. Wonderen zijn in harmonie met de Wil van God, van wie je de Wil niet kent omdat jij in de war bent over wat jij wilt. Dit betekent dat je in de war bent over wat je bent. Als jij de Wil van God bent en Zijn Wil niet accepteert, dan wijs je blijdschap af. Het wonder is dan ook een les in blijdschap. Omdat het een les in delen is, is het een les in liefde en dat is blijdschap. Elk wonder is op die manier een les in waarheid, en door jou de waarheid te vertellen leer jij het verschil tussen blijdschap en pijn.

XI            DE STAAT VAN GENADE

  1. De Heilige Geest zal jou altijd eerlijk in waarheid leiden, want jouw blijdschap is Zijn blijdschap. Dat is Zijn Wil voor iedereen, omdat Hij spreekt uit naam van Gods Koninkrijk, en dat is blijdschap. God volgen is het aller-gemakkelijkste in de wereld en het enige dat gemakkelijk is, omdat het niet van deze wereld is. Het is dan ook natuurlijk. De wereld gaat tegen je natuur in omdat ze niet overeenstemt met de wetten van God. De wereld ziet alleen maar moeilijke en nog moeilijker dingen. Dat komt doordat het ego niets als totaal gewenst ziet. Door jezelf te demonstreren dat wonderen geen rangorde kennen in moeilijkheidsgraad, zul je jezelf ervan overtuigen dat er in jouw natuurlijke staat helemaal geen moeilijkheden bestaan omdat het een staat van genade is.
  2. Genade is de natuurlijke staat van elk Kind van God. Wanneer men niet in een staat van genade is, dan is men buiten zijn natuurlijke omgeving en dan functioneert men niet goed. Alles wat men dan doet geeft een gevoel van inspanning, omdat men niet geschapen werd voor de omgeving die men heeft gemaakt. Daarom kan men zich daaraan niet aanpassen en kan men die niet aan zichzelf aanpassen. Het heeft geen zin het te proberen. Een Kind van God is alleen gelukkig wanneer het weet dat het bij God is. Dat is de enige omgeving waarin het niet het gevoel van inspanning ervaart omdat het daar thuis hoort. Het is ook de enige omgeving die het waardig is, omdat zijn eigen waarde groter is dan alles wat hij zelf maken kan.
  3. Bekijk het koninkrijk dat jij hebt gemaakt en oordeel heel eerlijk over de waarde ervan. Is het waardig om jou tot een huis te dienen als Kind van God? Beschermt het de vrede en straalt het liefde over je uit? Zorg het ervoor dat je hart niet door angst wordt aangeraakt, en stelt het je in staat constant te geven, zonder enig gevoel van verlies? Leert het jou in dat in dit geven jouw blijdschap ligt en dat God Zelf je hiervoor dankt? Het is de enige omgeving waarin jij gelukkig kunt zijn. Jij kunt die niet maken, net zomin als dat jij jezelf kunt maken. De omgeving van God is voor jou geschapen net zoals jij voor haar geschapen werd. God waakt over Zijn kinderen en ontzegt hen niets. Maar wanneer Zijn kinderen Hem ontkennen, weten ze dit niet, doordat ze zichzelf alles ontzeggen. Jij, die de Liefde van God zou kunnen geven aan alles wat je ziet, aanraakt en herinnert, bent letterlijk bezig jezelf de Hemel te ontzeggen.
  4. Jezus roept jou nu op je te herinneren dat hij jou uitgekozen heeft om het Koninkrijk aan het Koninkrijk te onderwijzen. Er zijn geen uitzonderingen op deze les, want het ontbreken van uitzonderingen is de les. Ieder Kind dat terug keert naar het Koninkrijk met deze les in zijn hart, heeft de mensheid genezen en God gedankt. Iedereen die deze les leert is de volmaakte leraar geworden, omdat hij dit van de Heilige Geest heeft geleerd.
  5. Wanneer een denkgeest alleen maar licht geeft, dat heeft hij alleen maar kennis van het licht. Zijn eigen schittering straalt overal om hem heen en breidt zich naar buiten uit tot in het donker van andere denkgeesten die hij tot heerlijkheid herschept. God Zijn Heerlijkheid is daar in de andere denkgeesten om door jou herkend, gewaardeerd en gekend te worden. God Zijn Heerlijkheid als jouw naaste herkennen is je eigen erfenis accepteren. God geeft exclusief aan iedereen evenveel. Als jij Zijn geschenk in wie dan ook herkent, heb je erkend wat Hij jou gegeven heeft. Niets is zo gemakkelijk te herkennen dan de waarheid. Deze herkenning is direct, duidelijk en natuurlijk. Jij hebt jezelf erin getraind om haar niet te herkennen en dat is voor jou erg moeilijk geweest.
  6. Als je buiten je natuurlijke omgeving bent dan vraag je je misschien af wat de waarheid is, omdat de waarheid de omgeving is waardoor en waarvoor jij geschapen werd. Jij kent jezelf niet omdat jij je Schepper niet kent. Jij kent jouw scheppingen niet omdat jij je medemensen niet kent die ze met jou hebben geschapen. Er is al gezegd dat alleen de hele mensheid het waard is om medeschepper met God te zijn, omdat alleen het hele Kindschap kan scheppen zoals Hij. Telkens wanneer jij een medemens geneest door zijn waarde te herkennen, erken je zijn scheppingsvermogen en dat van jou. Hij kan niet verloren hebben wat jij herkent, en jij moet wel de heerlijkheid bezitten die je in hem ziet. Hij is samen met jou medeschepper met God. Als je zijn scheppingskracht ontkent dan ontken je die van jou en die van God die jou geschapen heeft.
  7. Je kunt geen deel van de waarheid ontkennen. Jij kent jouw scheppingen niet omdat jij hun schepper, jezelf, niet kent. Jij kent jezelf niet omdat je de jouwe niet kent. Jouw scheppingen kunnen geen basis geven aan jouw werkelijkheid, net zomin als dat jij de scheppingen van God een basis kunt geven. Maar je kunt allebei wel kennen. ‘Zijn’ wordt gekend door te delen. Doordat God Zijn Wezen met jou heeft gedeeld, kun jij Hem kennen. Maar je moet net zo goed allen kennen die Hij geschapen heeft om te kunnen weten wat zij hebben gedeeld. Zonder je Vader kun jij je vader- of moederschap niet kennen. Het Koninkrijk van God omvat al Zijn kinderen en hun kinderen, die net zo Gods Kinderen zijn als die zijn zoals de Vader. Ken dus de Kinderen van God en je zult de hele schepping kennen.