HOOFDSTUK IV

DE ILLUSIES VAN HET EGO

INLEIDING

  1. De Bijbel zegt dat jij tweemaal zover met een broeder mee moet gaan als hij je vraagt. Het is natuurlijk beslist niet aan te raden dat je hem achteruit zet op zijn reis. Als je je aandacht op een medemens gericht hebt en je bent hem toegewijd, dan zet dat jou evenmin achteruit. Toewijding aan elkaar kan alleen vooruitgang voor allebei betekenen. Het gevolg van zuivere toewijding is inspiratie. Als je alle aandacht hebt voor je medemens word je nooit moe. Vermoeid zijn betekent dat je ‘niet de geest hebt’, maar geïnspireerd zijn betekent juist wel ‘de geest’ hebben; je zit vol energie. Als je helemaal op jezelf gericht bent, dan steek je geen energie in anderen. Maar, als je op je ware Zelf gericht bent, dan leef je vanuit de geest die door God geschapen is en dan bezit je volop inspiratie en energie. De mensen die echt geïnspireerd zijn, zijn verlichte mensen, zij kunnen niet in de duisternis leven.
  2. Jij kunt ervoor kiezen of je spreekt vanuit de geest of vanuit je ego. Spreken vanuit de geest betekent kiezen voor: “Wees stil en weet dat Ik God ben”. Deze woorden komen vanuit inspiratie, vanuit de geest, omdat ze innerlijk weten weerspiegelen. Als je vanuit het ego spreekt, schakel je je innerlijke weten uit in plaats van dat je je kennis bevestigt, en op die manier zorg je ervoor dat je geen inspiratie hebt. Ga niet op een zinloze reis door het leven, want zinloze reizen hebben geen enkele zin. Misschien verlangt je ego er wel naar, maar je kunt je geest niet op die reis gebruiken, want de geest heeft als thuisbasis God en die zal hij nooit verlaten.
  3. De reis naar het kruis moet je laatste ‘zinloze reis’ zijn. Blijf niet bij je kruis stil staan, laat het achter je, want het is volbracht. Als jij wilt veranderen, accepteer je je reis als jouw eigen laatste zinloze reis en dan ben je vrij om je bij de opstanding van Jezus aan te sluiten. Zolang je dat niet doet is je leven beslist verspild. Je blijft dan steeds maar weer afdwalen van God, je verliest telkens weer je werkelijke macht, je ego probeert telkens weer op te krabbelen en de vergissingen te herstellen die het gemaakt heeft. Uiteindelijk zul jij je lichaam kruisigen. Je herhaalt telkens hetzelfde levensprogramma in een eindeloos proces, totdat je alles vrijwillig opgeeft. Maak niet de jammerlijke fout om je vast te klampen aan je oude, ruwe kruis. De enige boodschap van de kruisiging is dat je het kruis overwinnen kunt door je opstanding in een nieuwe manier van leven. Tot het moment dat je daar vrijwillig voor kiest, staat het je vrij om jezelf te kruisigen zo vaak je maar wilt. Dit is niet het evangelie dat Jezus aan de wereld duidelijk probeerde te maken. Hij heeft samen met jou een andere reis in gedachten en als je deze woorden zorgvuldig leest, zullen ze je helpen en erop voorbereiden om die reis te ondernemen.

I       OP DE GOEDE MANIER LESGEVEN EN LEREN

  1. Een goede leraar maakt zijn eigen ideeën duidelijk aan zijn leerlingen en zorgt voor een stevige basis door ze te onderwijzen. Leraar en leerling zijn gelijk aan elkaar in het leerproces. Zij zitten beiden in dezelfde categorie van het leren en als zij hun lessen niet delen, zullen ze niet overtuigd zijn van de waarde ervan. Een goede leraar moet geloven in wat hij aan zijn leerlingen leert, maar hij moet aan nog een andere voorwaarde voldoen: hij moet in de leerlingen geloven aan wie hij zijn ideeën presenteert.
  2. Er zijn heel veel mensen die hun manier van denken willen houden zoals het is, want leren betekent veranderen. Voor de mensen die van God afgedwaald zijn betekent verandering angst, want ze kunnen verandering niet zien als een stap in de richting om dichter bij God te zijn. Ze zien verandering juist als de weg om nog verder van Huis te raken, want het afdwalen van God was hun eerste ervaring van verandering. Jij gelooft dat je vrede zult vinden als er in de wereld niet teveel verandert. De wereld en jouw ego horen echter bij elkaar. Dit alles schept heel diepgaande verwarring en die blijft bestaan als je volhoudt dat je denken op twee verschillende basisprincipes gebaseerd kan zijn. Niets kan de geest in jou die door God geschapen is bereiken vanuit het ego en het ego kan niets bereiken vanuit de geest. De geest die geschapen is door God kan jouw ego niet sterker maken en kan ook de innerlijke strijd van het ego niet minder maken. Jouw ego is altijd in conflict met jouw geest. Jouw kleine zelf en jouw Grote Zelf staan lijnrecht tegenover elkaar. Ze zijn tegengesteld voor wat betreft hun oorsprong, hun richting en hun uitkomst en resultaten. Ze zijn nooit te verenigen, omdat de geest geen blik op de wereld heeft en omdat het ego geen innerlijk weten bezit. Daarom staan de geest en het ego niet in verbinding met elkaar en zij kunnen ook nooit verbonden zijn. Wat het ego niet kan dat is het maken van levenloze dingen uit dat wat het leven bevat.
  3. De geest hoeft niets te leren, het ego moet dat wel, maar leren wordt gezien als beangstigend, want in het leerproces wordt het ego ten dienste gesteld – niet vernietigd – aan het licht van de geest. Het ego moet wel bang zijn voor deze verandering, omdat het Jezus zijn naastenliefde niet deelt. Jezus zijn les was net zoals jouw les, en omdat Hij die les geleerd heeft kan Hij die les aan de mensen leren. God zal nooit je ego aanvallen, maar Hij probeert je wel te leren hoe het denksysteem van jouw ego is ontstaan. Wanneer Hij jou aan je echte schepping herinnert, dan kan je ego niet anders dan met angst reageren.
  4. Mensen onderwijzen en daarbij zelf leren zijn nu jouw grootste krachten, omdat ze het voor jou mogelijk maken je denken te veranderen en om anderen te helpen hetzelfde te doen. Als je weigert je denken te veranderen bewijs je echt niet dat je nooit van God afgedwaald bent. Als je droomt en je niet zeker weet of je droom wel echt is, wil dat nog niet zeggen dat je je verwarde gedachten door je twijfels genezen hebt. Je gelooft in je ego, je kleine zelf, dat afgescheiden is van anderen en van God en je gelooft ook in een wereld die daarop is gebaseerd. Dit geloof is heel echt voor jou. Je kunt deze angst niet oplossen als je niet je denken hierover verandert. Als je bereid bent om je open te stellen voor God als leidinggevende over je gedachten in plaats van jezelf, dan zal Hij jouw denken heel zachtjes en voorzichtig corrigeren en jou naar Hem terug leiden.
  5. Elke goede leraar hoopt dat hij zijn leerlingen zo veel kan meegeven dat ze hem op een bepaald moment in hun leven niet meer nodig hebben. Dit is het enige echte doel van een leraar. Je kunt je ego hier niet van overtuigen, want een dergelijk idee druist in tegen alle wetten van het ego. Bedenk goed dat alle wetten die worden opgesteld alleen maar als doel hebben om de maker van die wetten aan de macht te houden. Iemand die een wet maakt gelooft in die wet en wil dat die wet nageleefd wordt. Het ego is iets dat probeert zichzelf te beschermen als je het eenmaal hebt gemaakt, maar het ligt niet in jouw aard om gehoorzaam te willen zijn aan wat je ego je voorschrijft, tenzij je daarin gelooft. Het ego kan zelf niet kiezen, omdat het jouw maaksel is, maar jij kunt dat wel omdat je jezelf niet gemaakt hebt.
  6. Ego’s kunnen altijd en overal met elkaar in botsing komen, maar de geest is niet tot botsing in staat. Als je een leraar alleen maar ziet als een groter ‘ego’, dan zal je dat angst aanjagen want een groter iemand betekent een kleinere ‘jij’. Je zult je nog sterker afgedwaald voelen omdat je dan tegen een leraar opkijkt. Maar God zal je onderwijzen en met je leven als jij met Hem wilt denken, maar Zijn doel is om je vrij en zelfstandig te maken zodat je geen leraar meer nodig hebt. Deze manier staat lijnrecht tegenover het doel van een leraar die op het ego gericht is. Die maakt zich druk over het effect dat zijn ego op andere ego’s heeft en hij ziet de interactie tussen andere ego’s als behoud van zijn eigen ego. God in Jezus zou zich niet aan jou kunnen wijden als hij dit geloofde en jij kunt ook geen toegewijd leraar zijn voor anderen als je dit gelooft. Jezus wordt steeds gezien als leraar die opgehemeld of afgewezen moet worden, maar Hij zelf accepteert dit geen van beiden.
  7. Dat je mensen onderwijst of dat je zelf lerende bent is niet bepalend voor jouw waarde. Die wordt bepaald door God. Zolang jij het daar niet mee eens bent, is alles dat je doet angstaanjagend en vooral die situaties waarin je terechtkomt die te maken hebben met meerderwaardigheid en minderwaardigheid. Leraren moeten geduld hebben en hun lessen herhalen tot ze zijn geleerd. Jezus is bereid dit te doen, omdat Hij niet het recht heeft om grenzen te stellen aan wat jij leert. Nogmaals: niets wat je denkt of doet of wenst of maakt is nodig om je waarde te bepalen. Het staat vast! Ook al geloof je zelf dat dit wel zo is, je hebt ongelijk. Jouw ego staat nooit op het spel, jij hebt jouw ego gemaakt en daarom bepaalt het niet jouw waarde. God heeft jou gemaakt, dat bepaalt jouw waarde! Jouw geest staat ook nooit op het spel, want die heeft God geschapen. Als je deze twee dingen niet uit elkaar houdt, dan ben je verward over je waarde en dan besef je niet wat je werkelijk bent en waard bent. Je kunt niet toegewijd zijn aan je verandering en aan je verzoening met God als je in dit waanidee blijft geloven.
  8. Het ego ziet elke situatie als mogelijkheid om zichzelf op te hemelen met als doel alle twijfels te boven te komen. Het ego zal blijven twijfelen aan zichzelf zolang jij in het bestaan van je ego blijft geloven. Je hebt je ego zelf gemaakt, maar je kunt het niet vertrouwen, want als je op de juiste manier gaat denken zul je inzien dat het niet echt is. De enige oplossing die zinvol is, is niet het proberen om de werkelijkheid te veranderen, maar het te accepteren zoals het is. De aardse werkelijkheid proberen te veranderen is een angstaanjagend idee. Jij bent een deel van de geestelijke werkelijkheid, maar die is alleen voor je geest gemakkelijk te bereiken. Je ego zal de geestelijke wereld nooit kunnen bereiken. Wanneer je bang bent, wees dan stil en weet dat God echt is en dat jij Zijn geliefde Kind bent in wie Hij welbehagen heeft. Hij houdt van je. Laat je ego deze werkelijkheid niet aanvechten, want je ego staat net zover van de geestelijke werkelijkheid af als het van jouw werkelijkheid en echte waarde af staat.
  9. God heeft geen angst geschapen. Jij hebt dat gedaan! Jij hebt ervoor gekozen om anders te scheppen dan God en je hebt op die manier angst voor jezelf gemaakt. Jij bent niet in vrede omdat je niet doet wat je zou moeten doen. God gaf jou een hele hoge functie, maar je voert die functie niet uit. Jouw ego heeft ervoor gekozen om bang te zijn in plaats van zich ten dienste te stellen aan die hoge functie. Wanneer je eenmaal wakker geworden bent zul je niet begrijpen dat je ego je zo in de macht heeft kunnen houden, omdat het letterlijk niet te geloven is. Stop ermee het ongeloofwaardige te geloven. Elke poging die je doet om het ego geloofwaardig te maken zorgt er alleen maar voor dat je het onvermijdelijke uitstelt. Het woord ‘onvermijdelijk’ jaagt het ego angst aan, maar het maakt je geest blij. God is niet te vermijden, dit geldt voor jou, maar ook voor Hem richting jou.
  10. Het ego is bang voor de blijdschap van de geest, want als je die eenmaal ervaren hebt, zul je geen moeite meer doen je ego te beschermen en totaal geen energie meer verspillen aan angst. Op dit moment investeer je heel veel energie in het afdwalen van God en je ego geniet ervan als jij laat blijken dat je gelooft in de afscheiding van God. Laat het achter je! Luister niet naar je ego en houd je angsten niet in stand. Luister alleen naar God, want God is niet in staat je te misleiden en de geest die Hij aan jou gaf kan dat net zomin. Maak jezelf en anderen vrij. Laat anderen geen beeld van jezelf zien dat jou niet waard is en niet echt is en accepteer ook niet zo’n beeld van hen.
  11. Het ego heeft voor jou op aarde een armoedig huisje gebouwd, dat geen enkele beschutting biedt tegen al jouw angsten. Het kan niets anders bouwen dan dit. Probeer dit huis dat zo in elkaar kan storten niet overeind te houden. De zwakheid van het ego is jouw kracht. Alleen God kan een huis maken dat waard is om in te wonen voor Zijn Scheppingen, maar zijn schepsels hebben ervoor gekozen om dat huis leeg te laten staan doordat ze hun ego de baas hebben laten worden. Toch zal Zijn Huis eeuwig blijven staan en het staat klaar voor je als jij de beslissing neemt naar binnen te gaan. Je kunt hier absoluut zeker van zijn. God is niet in staat datgene te maken dat vergaat in de tijd en jij bent niet in staat het eeuwige te maken.
  12. Je ego kan je niet helpen om jezelf of anderen vrij te maken, maar je geest kan alles voor je doen om jullie beiden vrij te maken van het tijdelijke en vergankelijke. Nederigheid is iets dat het ego moet leren, de geest in jou die geschapen is door God heeft dat niet nodig. De geest staat ver boven nederigheid, want de geest is zich bewust van zijn uitstraling en hij straalt zijn licht vol blijdschap uit in de wereld. De zachtaardige mensen zullen de aarde gaan leiden want hun ego’s zijn nederig, waardoor ze de waarheid zien in wat ze waarnemen. Het Koninkrijk der Hemelen is volkomen rechtmatig het bezit van de geest, want de geest haar schoonheid en waardigheid is ver verheven boven alle twijfel en staat ook ver boven de blik die op de wereld gericht is. De geest in jou is het merkteken dat God in jou geplaatst heeft en het is het bewijs van Gods Liefde voor Zijn Scheppingen. De scheppingen van God zijn Hem en Hem alleen totaal waardig. Niets anders dan de geest is goed genoeg om als geschenk te dienen voor een schepping van God zelf.
  13. Jezus zal, als jij dat wenst, de plaats innemen van je ego, maar hij zal nooit de plaats van de geest innemen. Een vader kan een kind veilig bij een oudere broer achterlaten die heeft laten zien dat hij verantwoordelijkheidsgevoel heeft, maar het neemt niet weg dat er nooit verwarring is over de vraag waar het kind vandaan komt. De zoon kan het lichaam en het ego van het kind beschermen, maar daarmee denkt hij nog niet dat hij ook de vader van het kind is. Je lichaam en je ego kunnen aan Jezus worden toevertrouwd, alleen maar omdat jij dan de gelegenheid hebt je er geen zorgen over te maken en omdat je Jezus toestemming geeft om jou te leren hoe onbelangrijk het lichaam en het ego zijn. Jezus zou je niet kunnen begrijpen als hij zelf niet in de positie was geweest waarin hij een lichaam en een ego bezat. Hij biedt je aan om deze les samen te leren, zodat jullie samen je kunnen bevrijden van het lichaam en het ego. Jezus heeft toegewijde leraren nodig die hem helpen in zijn streven om mensen vrij te maken van vernietigende gedachten. De geest van God die jou is gegeven staat ver boven dat alles. Er is geen enkele noodzaak voor jou of voor Jezus om jouw geest te beschermen. Onthoud dit:
  14. In deze wereld hoef je niet in angst en pijn te leven Want Jezus heeft de wereld overwonnen Hou daarom goede moed!

II      HET EGO DENKT DAT HIJ DE BAAS IS EN DAT IS NIET JUIST!

  1. Het is absoluut redelijk om te vragen hoe het denken het ego heeft kunnen maken. Eigenlijk is het de beste vraag die je ooit kunt stellen. Maar het heeft geen zin om een antwoord te krijgen op basis van het verleden, want het verleden is onbelangrijk. De geschiedenis zou niet bestaan als niet telkens dezelfde fouten werden gemaakt. Innerlijk weten en gedachten over ontastbare en onzichtbare zaken horen bij elkaar, want innerlijk weten heeft niets met een persoon te maken. Daarom kun je ook nooit aan de hand van voorbeelden je innerlijke kennis begrijpen. Maar de blik die op de wereld gericht is, ziet alles heel specifiek en tastbaar.
  2. Ieder mens maakt voor zichzelf een ego of ‘klein zelf’, maar omdat dit ego niet constant hetzelfde is, kent het enorme wisselingen en veranderingen. Niet alleen maakt iedereen een ego voor zichzelf, maar ook voor ieder ander mens die hij ziet maakt hij een ego dat net zo wisselvallig is. Wanneer twee ego’s elkaar ontmoeten, dan veranderen ze beide, want de interactie tussen hen beiden wordt niet met of door de Onveranderlijke gemaakt. Het is belangrijk dat je beseft dat deze verandering al gebeurt in de gedachten van het ego, je hoeft daarvoor niet eens fysiek bij elkaar te zijn. Over een ander ego nadenken heeft net zoveel effect op een veranderende manier van denken over die persoon als dat je fysiek samen bent met die ander. Een beter voorbeeld dat het ego maar een idee is en geen feit is niet te geven.
  3. Jouw eigen manier van denken is een goed voorbeeld van hoe het ego werd gemaakt . wanneer je je innerlijke weten aan de kant hebt gezet, dan lijkt het alsof dat nooit heeft bestaan. Dit is zo duidelijk, dat je het alleen maar hoeft te erkennen om in te zien dat dit echt zo gebeurt. Als dit nu gebeurt, waarom ben je dan verbaasd dat dit in het verleden ook gebeurde? Als je verbaasd bent reageer je op iets dat je niet kent, maar zo reageer je toch niet op iets dat heel hardnekkig voorkomt? Vergeet echter niet dat je gedachten niet op die manier hoeven te werken, ook al werken ze nu wel op die manier.
  4. Denk aan de liefde van dieren voor hun jongen en aan de behoefte die ze voelen om hen te beschermen. Dat komt omdat ze hun jongen als deel van zichzelf zien. Niemand geeft iets op wat hij als deel van zichzelf beschouwt. Jij reageert  bijna op dezelfde manier op je ego zoals God op Zijn scheppingen reageert: met liefde, bescherming en goedheid. Je reacties op het kleine ‘zelf’ dat je gemaakt hebt zijn heel erg logisch. Eigenlijk lijken jouw reacties heel veel op de reacties die je zult hebben als je zult reageren op jouw echte scheppingen die net zo tijdloos zijn als jij. De vraag is niet hoe jij op jouw ego reageert, maar wat je gelooft dat je bent. Geloof is een kwestie van het ego en zolang jij nog gelooft in je oorsprong, bekijk je dat vanuit het standpunt van het ego. Wanneer het niet meer nodig is om jou iets te leren, zul je God simpelweg kennen. Het geloof dat er een andere manier is om je blik op de wereld te richten, is het hoogste idee dat het ego-denken kan bereiken. Dat komt doordat het ego een heel klein besef heeft dat het kleine ‘zelf’  niet het “Grote Zelf” is.
  5. Als de manier van denken van het ego ondermijnd wordt, dan moet dat wel als pijnlijk worden ervaren, ook al is dit absoluut niet waar. Baby’s krijsen van boosheid als je ze een mes of schaar afpakt, maar als je dat niet doet kunnen zij zich ernstig bezeren. In die zin ben jij ook nog een baby. Je hebt geen flauw benul hoe je jezelf veilig kunt stellen en je besluit vaak dat je iets nodig hebt dat je nou precies het meeste pijn zal gaan doen. Maar toch, of je dat nu inziet of niet, heb je het goed gevonden om mee te werken om moeite te doen niet kwetsend en behulpzaam te zijn. Dit zijn eigenschappen die bij elkaar horen. Zelfs je houding ten opzichte hiervan is noodgedwongen met zichzelf in strijd, want al jouw houdingen zijn gebaseerd op het ego. Dit zal niet zo blijven, heb nog even geduld en onthoud dat de uitkomst van jouw processen zo zeker zijn als God.
  6. Alleen als je een constant gevoel van overvloed hebt kun je echt vrijgevig zijn. Dit is overduidelijk als je nagaat waar het om gaat. Als je vanuit het standpunt van het ego denkt dan betekent iets geven dat jij het niet meer hebt. Wanneer jij denkt dat wanneer je iets geeft ook niets opoffert, dan geef je alleen maar iets omdat je denkt dat je op een ander moment iets beters krijgt en daarom kunt missen wat je geeft. De onvermijdelijke wet van het ego is iets geven om te krijgen en daarbij vergelijkt het de situatie constant met andere ego’s. Daarom wordt het ego steeds in beslag genomen door het gevoel van niet genoeg te hebben en schaarste en vanuit die gedachte is het ego nou net ontstaan. Het feit dat het ego ook andere ego’s ziet, en ze als echt beoordeelt, zorgt ervoor dat het eigen ego daarmee probeert te bewijzen dat het zelf ook bestaat. Wanneer het ego denkt aan ‘zelfrespect’, dan betekent dat, dat het ego zichzelf heeft wijsgemaakt dat het bestaat en daarom is het tijdelijk minder roofzuchtig. Dit ‘zelfrespect’ staat altijd onder spanning, want het ego ziet alles van buiten als een bedreiging voor zijn bestaan en zijn plaats in de wereld.
  7. Het ego leeft van vergelijkingen met andere ego’s. Het gelooft en begrijpt geen gelijkheid en daarmee wordt vrijgevigheid onmogelijk gemaakt. Het ego geeft nooit vanuit een gevoel van overvloed, want het ego is ter vervanging daarvan ontstaan. Het ego heeft daarom het idee van ‘krijgen’ ontwikkeld,. De begeerte naar dingen wordt het idee van ‘krijgen’, het bevestigt de behoefte van het ego om bevestiging te krijgen. Dit geldt niet alleen voor lichamelijke begeerten, maar ook voor de hogere behoeften van het ego. Lichamelijke begeerten zijn van oorsprong niet fysiek. Het ego beschouwt het lichaam als zijn thuis en probeert zich via het lichaam te bevredigen. Maar het idee dat dit mogelijk is, is een beslissing van het denken dat totaal in de war is geraakt over wat echt mogelijk is.
  8. Het ego gelooft dat het volledig zelfstandig is, en dat is een andere manier om te beschrijven hoe het ego denkt dat het ontstaan is. Dit jaagt het ego zo’n angst aan, dat het zich tot andere ego’s richt om samen één en sterk te zijn. Het is een zwakke manier om net zo te zijn als andere ego’s. het is ook een manier om andere ego’s aan te vallen, het is een heel zwak vertoon van kracht. Het ego is echter niet vrij om eraan te twijfelen of het wel volledig zelfstandig is, want daar is zijn hele houding op gebaseerd. Het ego is de overtuiging van het denken dat alle gedachten volledig op zichzelf staan. Het ego blijft maar proberen om bevestiging te krijgen van de geest die God in de mens geschapen heeft en op die manier het eigen bestaan te bevestigen. Dit zijn zinloze pogingen van het ego. De Geest van God die geschapen is in de mens is zich in zijn innerlijke weten niet van het ego bewust. Het kan alleen dat wat God geschapen heeft zien en erkennen. De geest valt het ego niet aan, want de geest heeft geen enkele idee bij het ego. Hoewel het ego zich ook niet van de geest die door God geschapen is bewust is, heeft het wel een idee van iets dat groter is dan zichzelf en hij voelt zich door datgene afgewezen. Dit is de reden waarom zelfrespect van het ego wel een waanidee moet zijn. De scheppingen van God scheppen geen fantastische verhalen, maar hun creatieve vermogen kan wel op een fantastisch verhaal worden gericht. Dit kent dan wel één voorwaarde: wat op die manier wordt gemaakt is dan zelf niet scheppend. Fantastische verhalen horen bij de blik die op de wereld gericht is, ze zijn dubbelzinnig en typisch gericht op goed en kwaad, zodat zelfs het meest vriendelijke en goedaardige verhaal niet vrij kan zijn van allerlei bijkomende betekenissen die angst aanjagen.
  9. Fantastische verhalen en tovenarij zijn met elkaar verweven, want fantastische verhalen hebben meestal te maken met de oorsprong van het ego en tovenarij met de krachten die het ego denkt te hebben. Er zijn veel manieren van denken die fantastische verhalen bedacht hebben over de verklaring hoe de schepping is ontstaan. In deze verhalen komt altijd een vorm van magie aan de orde. Wanneer men spreekt over de ‘strijd om te overleven’, dan wordt de worsteling van het ego bedoeld om zichzelf en de oorsprong van zijn ontstaan in stand te houden. Het begin van het ego wordt meestal verklaard door de geboorte, want het is moeilijk vol te houden dat voor de geboorte het ego al bestond. De meer godsdienstig gerichte aanhangers van het ego geloven misschien dat de ziel voor de geboorte al bestond en zal blijven bestaan na een leven hier op aarde waarbij de ziel tot ego geworden is. Sommigen geloven zelfs dat de ziel die gevallen is en ego geworden is hiervoor zal worden bestraft. Maar verlossing, of vrij worden, heeft niets te maken met de geest, want die is niet in gevaar en hoeft ook niet vrijgemaakt te worden.
  10. Verlossing of vrijheid is niets anders dan je gedachten op de juiste manier richten. Die manier van denken is niet de Eenheid-van-Denken van de Heilige Geest, maar je moet deze manier wel eerst bereiken voordat je weer de Eenheid-van-Denken met de Heilige Geest terug kunt vinden. Op de juiste manier je gedachten richten leidt automatisch naar de volgende stap omdat juiste gedachten ook ervoor zorgen dat je op de juiste manier naar de wereld kijkt; het zijn gedachten zonder aanval en daarmee wordt de onjuiste manier van denken opgelost. Het ego kan zonder oordeel niet overleven en wordt daardoor aan de kant gezet. Gedachten hebben dan nog maar één richting waar ze naartoe kunnen gaan. Die richting is altijd automatisch, want die wordt voorgeschreven door de manier van denken die gevolgd wordt.
  11. Het is erg belangrijk om je steeds weer te vertellen dat de onjuiste manier van denken telkens opnieuw corrigeren maar een tijdelijke maatregel is. Het is alleen nodig omdat een blik die op de verkeerde manier op de wereld is gericht ervoor zorgt dat je innerlijke kennis belemmerd wordt. De juiste manier van denken en zien is juist een stap vooruit naar innerlijk weten. Het enige dat de juiste manier van denken waardevol maakt is het besef dat alle ego dingen die je ziet onecht zijn en dat je daarom helemaal niet op het ego hoeft te letten. Dit besef lost alle belemmeringen naar innerlijk weten op. Je vraagt je misschien af hoe je dit moet kunnen terwijl en zolang jij in deze wereld lijkt te leven. Dat is een redelijke vraag. Maar begrijp je de vraag ook echt? Wie is de ‘jij’ die in deze wereld leeft? De geest die door God geschapen is, is onsterfelijk en onsterfelijkheid is eeuwig. Het is nu net zo waar als ooit tevoren en net zo waar als ooit zal zijn, want eeuwige onsterfelijkheid kan niet veranderen. Deze waarheid hoeft niet telkens verlengd of bevestigd te worden en het kan ook niet begrepen worden door er iets vergelijkbaars tegenover te stellen. Innerlijk weten kent geen vergelijkingen en dat is het belangrijkste verschil met al het Andere dat het denken begrijpen kan.

III      LIEFDE ZONDER RUZIE OF CONFLICT

  1. Het is heel moeilijk om te snappen wat ‘Het Koninkrijk der Hemelen is in U” betekent. Dat komt omdat het ego hier totaal niets van begrijpt. Het ego legt dit uit alsof iets van buitenaf binnen in je kan komen en dat heeft geen enkele betekenis. Het woordje ‘in’ is overbodig. “Het Koninkrijk der Hemelen ben jij!. Wat heeft de Schepper behalve jou geschapen en wat is Zijn Koninkrijk behalve jou? Dit is de complete boodschap van de verzoening met God, een boodschap die veel groter is dan alle delen van God die de mensheid samen vormt. Ook jij hebt een Koninkrijk dat jouw geest die van God afkomstig is geschapen heeft. Jouw geest is niet opgehouden met scheppen omdat jouw ego illusies maakt. Jij bent de vader/moeder van jouw scheppingen, net zoals jij ook een Vader/Moeder bezit. Jouw ego en jouw geest en jouw Schepper zullen altijd samen zijn en samen scheppen. Heb er vertrouwen in dat jouw scheppingen van de geest net zo veilig zijn als jij.
  2. Het Koninkrijk is in volmaakte eenheid en het is volmaakt beschermd en het  ego zal er nooit de baas over worden. Amen.
  3. Dit is geschreven als een gebed omdat het je kan helpen op momenten dat je in verleiding komt je ego te volgen. Dit is een onafhankelijkheidsverklaring. Je zult het heel bruikbaar vinden als je het totaal begrijpt. De reden waarom je Jezus zijn hulp nodig hebt is dat je je eigen Gids de rug toegekeerd hebt en daarom heb je leiding nodig. Jezus zijn rol is om het echte en ware te scheiden van het onechte en onware, zodat de waarheid alle hindernissen die het ego bedacht heeft op kan ruimen, en de waarheid in je gedachten kan doorbreken. Over de verenigde kracht van Jezus en jouw door God geschapen geest kan het ego nooit de baas worden.
  4. Het is je misschien al duidelijk geworden waarom het ego de geest als zijn ‘vijand’ beschouwt. Het ego is ontstaan door het afdwalen van God en het voortbestaan van het ego hangt ervan af of jij op die weg verder gaat. Het ego moet jou wel een of andere beloning beloven als je blijft afdwalen van God. Het enige dat het te bieden heeft is een gevoel van tijdelijk aanwezig zijn op aarde, dat begint met zijn eigen begin en eindigt met zijn eigen einde. Het vertelt jou dat dit jouw leven is, want het is het leven van het ego. Tgenover dit gevoel van een korte tijd op aarde te zijn staat de kennis van de geest en die biedt duurzaamheid en een onwankelbaar bestaan. Niemand die ooit het plotselinge besef en inzicht van deze waarheid heeft ervaren gelooft nog volledig in het ego. Hoe zou de armzalige beloning van het ego het kunnen winnen van het glorieuze geschenk van God?
  5. Jij die denkt dat jij je ego bent, kunt niet geloven dat God van je houdt. Jij houdt niet van wat je gemaakt hebt, en wat jij gemaakt hebt houdt niet van jou. Omdat het gemaakt is zonder de Vader erin te betrekken, is je ego niet trouw aan jou. Jij kunt je de echte relatie die tussen God en Zijn scheppingen bestaat niet voorstellen vanwege de haat die je voor je kleine ‘ik’ gemaakt hebt. Jij projecteert de beslissing om af te dwalen van God op het ego en dat botst met de liefde die je voor je ego voelt omdat jij je ego gemaakt hebt. Er is in deze wereld geen liefde zonder deze tweedeling en omdat er geen ego bestaat dat liefde heeft ervaren zonder die tweedeling, kan het ego dit alles ok niet begrijpen of bevatten. Als je liefde verlangt, dan komt er onmiddellijk liefde in je gedachten binnen, maar het verlangen moet wel eerlijk en oprecht zijn. Je moet ernaar verlangen zonder motieven van je ego en dit betekent dat je verlangen helemaal vrij moet zijn van de drang om ‘iets te halen’, want dat is wat het ego wil.
  6. Er is een ervaring die totaal anders is dan alles wat het ego te bieden heeft. Als je die ervaring kent zul je het nooit meer willen verbergen. Jouw geloof in de duisternis en in jezelf verbergen zorgt ervoor dat het licht niet binnen kan komen. De Bijbel geeft heel wat verwijzingen en aanwijzingen over de onmetelijke geschenken die voor jou zijn bestemd, maar waar je wel om moet vragen. Hieraan zijn geen voorwaarden gesteld zoals het ego die kent. Het is de heerlijke staat van bestaan en zijn die dat is wat jij bent.
  7. Er is buiten jouw wil geen kracht sterk of waardig genoeg om jou te leiden. Hierin ben je zo vrij als God en moet dat voor eeuwig blijven. Laat ons de Vader in Jezus zijn naam vragen dat Hij Zijn Liefde voor jou en jouw liefde voor Hem altijd in gedachten houdt. Hij heeft nog nooit vergeten aan dit verzoek te voeldoen, want het is allen maar vragen om wat Hij altijd heeft gewild. De mensen die dit eerlijk en oprecht vragen zullen altijd verhoord worden. Gij zult geen andere ogen voor Zijn aangezicht hebben, omdat er geen andere goden zijn.
  8. Het is nooit echt in je opgekomen om alle ideeën die in strijd zijn met je innerlijke weten op te geven. Je houdt duizenden stukjes angst vast die het beletten dat de HoogHeilige binnen kan komen. Licht kan niet door muren dringen die jij bouwt om het tegen te houden en jij bent nooit bereid om te vernietigen wat jij hebt gemaakt. Niemand kan dwars door een muur kijken, maar Jezus kan er wel omheen. Onderzoek je gedachten op stukjes angst want anders ben je niet in staat Jezus te vragen om je muur heen te komen. Jezus kan je alleen helpen zoals jullie door God geschapen zijn. Hij zal jou liefhebben en eren en totaal respecteren wat je hebt gemaakt, maar hij zal het niet ondersteunen, tenzij het waar is. Hij zal je nooit in de steek laten, net zomin als God dat zal doen, maar zolang jij ervoor kiest jezelf in de steek te laten moet hij wachten. Maar omdat hij vol liefde en niet ongeduldig is, zul je het hem beslist eerlijk vragen. Hij zal komen als antwoord op één enkele duidelijke roep van jou.
  9. Let goed op en zie waar je echt om vraagt. Wees hierin heel eerlijk met jezelf, want je moet niets voor hem verborgen houden. Als je dit echt wilt proberen heb je de eerste stap gezet om je gedachten voor te bereiden op de binnenkomst van de HoogHeilige. Hij zal jou samen met Hem hierop voorbereiden, want als God eenmaal gekomen is, zul jij klaar zijn om hem te helpen de gedachten van anderen klaar te maken om God te ontvangen. Hoe lang zul je God Zijn Koninkrijk ontzeggen?
  10. In je eigen gedachten ligt de verklaring van je bevrijding, alhoewel je ego dit zal ontkennen. God heeft je alles gegeven. Dit feit alleen al betekent dat het ego niet bestaat, het is een verzinsel en dat bezorgt het ego een enorme angst. In de taal van het ego zijn ‘hebben’ en ‘zijn’ verschillende dingen, maar voor de Heilige Geest zijn ze precies hetzelfde. De Heilige Geest weet dat jij én alles ‘hebt’ én alles ‘bent’. Wanneer er verschil is tussen hebben en zijn dan betekent het dat je accepteert dat je ergens tekort aan hebt. Er is geen verschil tussen het Koninkrijk van God hebben en het Koninkrijk van God zijn.
  11. De stille aanwezigheid van het Koninkrijk van God, dat in jouw gedachten volkomen bewust is, wordt zonder enig mededogen verbannen uit dat deel van je gedachten waar je ego de baas is. Het ego is wanhopig, want het vecht tegen een onoverwinnelijke overmacht, of je nu slaapt of wakker bent. Bedenk eens hoe waakzaam je altijd bent geweest om je ego te beschermen en hoe weinig je acht sloeg op je juiste manier van denken. Wie anders dan waanzinnigen zouden het in hun hoofd halen om dat te geloven wat niet waar is en dat geloof dan te beschermen ten koste van de waarheid.

IV       DIT HOEFT NIET ZO TE ZIJN

  1. Als jij de Stem namens God niet kunt horen, dan komt dit omdat jij ervoor kiest om niet te luisteren. Dat je wel naar de stem van je ego luistert blijkt uit je houding, je gevoelens en je gedrag. Toch is dit wat je wilt. Om dit te behouden vecht je en je bewaakt de veiligheid ervan. Je gedachten zitten vol plannen om het gezicht van je ego te redden en het gelaat van Christus zoek je niet. Als het ego in een spiegel probeert te kijken, dan ziet het alleen maar onduidelijkheid. Hoe kan het zonder spiegels blijven bestaan en volhouden dat het bestaat? Maar het is jouw beslissing waar je naar toe kijkt om jezelf te vinden.
  2. Er is al gezegd dat jij je denken niet kunt veranderen door je gedrag te veranderen, maar Jezus zegt al vele keren in deze cursus dat je wel degelijk je denken kunt veranderen. Wanneer je gevoel zegt dat je een verkeerde keuze hebt gemaakt, en dat is telkens wanneer je niet blij bent, weet dan: dit hoeft niet zo te zijn!
  3. In alle gevallen heb je over een ander die God geschapen heeft verkeerd gedacht en zie je beelden die jouw ego uit een troebele spiegel tevoorschijn tovert. Denk eerlijk aan wat jij gedacht hebt en wat God niet zou hebben gedacht en wat je daardoor gedaan hebt op juist niet gedaan hebt en verander dan je gedachten, zodat je kunt denken met de Denkgeest van God. Dit mag misschien moeilijk lijken, maar het is veel gemakkelijker dan er tegenin te denken. Jouw denkgeest is één met die van God. Door te zeggen of te denken dat dit niet zo is, geef je je ego het recht om te blijven bestaan, maar het heeft je gedachten letterlijk in twee delen gesplitst. Jezus is als jouw liefdevolle broer erg met je begaan en hij maakt zich bezorgd om jou en je gedachten en hij spoort je aan om Zijn voorbeeld te volgen als je naar jezelf en naar een ander  kijkt en in allebeide de glorieuze scheppingen van God te zien.
  4. Wanneer je verdrietig bent, weet dan: dit hoeft niet zo te zijn.  De oorzaak van depressief zijn is het gevoel dat je iets afgepakt is dat je wilt hebben en nu niet hebt. Bedenk dat je niets afgepakt is, behalve wanneer jij denkt dat dit zo is, maar je kunt een andere beslissing nemen.
  5. Wanneer je ongerust bent, besef dan dat ongerustheid komt door de wispelturigheid van het ego en weet dan: dit hoeft niet zo te zijn. Je kunt alert zijn op de bevelen van je ego en ook oppassen dat je niet aan je ego toegeeft.
  6. Wanneer je je schuldig voelt, bedenk dan dat jouw ego inderdaad de wetten van God overtreden heeft, maar jij niet! Laat de ‘zonden’ van het ego aan Jezus over. Daar is de verzoening met God voor bedoeld. Maar zolang jij je gedachten niet verandert hebt over een ander die jouw ego heeft gekwetst, kun je niet vrij worden en dichter bij God komen. Zolang jij je schuldig voelt, is het ego de baas over jou, want alleen het ego kan zich schuldig voelen. Dit hoeft niet zo te zijn.
  7. Onderzoek je gedachten op hoe je ego je verleidt en laat je er niet door misleiden. Het heeft jou niets te bieden. Als je eenmaal dit zelf gekozen gebrek aan inspiratie los hebt gelaten, zul je zien hoe jouw denken zich kan concentreren, hoe je boven vermoeidheid uit kunt rijzen en hoe je kunt genezen. Maar je bent niet waakzaam genoeg voor wat betreft de eisen van het ego om je ervan los te maken. Dit hoeft niet zo te zijn.
  8. De gewoonte om je met God en Zijn scheppingen bezig te houden is gemakkelijk aan te leren als je resoluut weigert je gedachten te laten afdwalen. Dat afdwalen ontstaat niet omdat je een probleem hebt om je te concentreren, maar het is je overtuiging dat niemand, ook jij niet, een voortdurende inspanning waard is. Ga pal naast Jezus staan en blijf bij hem om aan deze misleiding te ontkomen en geef die armzalige overtuiging geen enkele kans om je tegen te werken. De mensen die geen moed hebben zijn voor zichzelf en voor Jezus zonder nut, maar alleen het ego kan moedeloos zijn.
  9. Heb je er wel eens bij stilgestaan hoe vaak je de gelegenheid hebt gehad om jezelf blij te maken en hoe vaak je die gelegenheid voorbij hebt laten gaan? De macht van een Kind van God kent geen grenzen, maar het kan wel zijn eigen mogelijkheden om die macht tot uitdrukking te brengen begrenzen zoveel het maar wil. Jouw gedachten kunnen samen met die van Jezus je ego weg schijnen en de kracht van God vrij spel geven in alles wat jij denkt en doet. Neem met minder geen genoegen en weiger om iets anders als je doel te accepteren. Onderzoek je gedachten heel precies op alle overtuigingen die je in de weg staan om dit doel te bereiken en neem er afstand van. Beoordeel hoe goed je dit hebt gedaan door op je gevoelens te letten, want gevoelens gebruiken is de enige juiste manier van oordelen. Oordelen kan, net als alle andere verdediging, gebruikt worden om iemand aan te vallen of te beschermen, om te kwetsen of om te genezen. Het kan niet anders dan dat het ego bevoordeeld en afgewezen moet worden. Zonder jouw eigen trouw, bescherming en liefde kan jouw ego niet bestaan. Als je het op waarheid beoordeeld, zul je niet anders kunnen dan je trouw, bescherming en liefde ervan terug halen.
  10. Jij bent een spiegel van de waarheid, waarin God Zelf schijnt in een volmaakt licht. Tegen de troebele en wazige spiegel van het ego hoef je alleen maar te zeggen: “Ik zal daar niet in kijken, want ik weet dat deze beelden niet waar zijn”. Laat de HoogHeilige dan in vrede op je schijnen, en weet dat het zo en niet anders kan zijn. Zijn Denkgeest scheen op jou toen jij geschapen werd en Hij bracht jouw denkgeest tot bestaan. Hij schijnt nog steeds op je en moet door jou heen schijnen. Jouw ego kan Hem niet stoppen op je te schijnen, maar het kan jou wel beletten Hem door jou heen te laten schijnen.
  11. De Eerste Komst van Christus is alleen maar een andere naam voor de schepping, want Christus is de Zoon van God. De Wederkomst van Christus betekent niets anders dan het einde van de overheersing door het ego en de genezing van het denken. Jezus werd net als wij bij de Eerste Komst geschapen en Hij roept jou om naar hem toe te komen in de Wederkomst. Hij heeft de leiding over de Wederkomst en Zijn oordeel, dat alleen voor bescherming wordt gebruikt, kan niet verkeerd zijn omdat het nooit aanvalt. Jouw oordeel kan zo vervormd zijn dat je gelooft dat Jezus zich vergiste toen Hij jou uitkoos. Hij verzekert je dat dit een vergissing van het ego is. Je moet dit niet met nederigheid verwarren. Jouw ego probeert jou ervan te overtuigen dat het echt is en dat Jezus dat niet is, want als Hij echt is, ben jij ook echt. Die kennis, en Hij verzekert je dat dit innerlijk weten is, betekent dat Christus je gedachten binnengekomen is en die heeft genezen.
  12. Jezus valt je ego niet aan. Wel werkt Hij met je hogere gedachten, het thuis van de Heilige Geest, of je nu slaapt of wakker bent, net zoals jouw ego werkt met je lagere gedachten waar het thuis hoort. Jezus is waakzaam voor jou, omdat jij teveel in de war bent om te herkennen waar je op hopen kunt. Hij vergist zich niet. Jouw gedachten zullen ervoor kiezen zich met de Zijne te verbinden en samen zijn jullie niet te overwinnen. Jij en je medemens zullen alsnog in Zijn naam bij elkaar komen en jullie onmetelijke gezondheid terug vinden. Hij heeft de doden opgewekt omdat Hij wist dat leven een eeuwige eigenschap is van alles wat de levende God geschapen heeft. Waarom geloof je dan dat het voor Hem nog moeilijker is de mensen die niet geïnspireerd zijn te inspireren, of de mensen die niet in evenwicht zijn in evenwicht te brengen? Hij gelooft niet dat er verschil in wonderen is, er zijn geen moeilijke en gemakkelijke wonderen, maar jij gelooft daar wel in. Hij heeft geroepen en jij zult antwoorden. Hij begrijpt dat wonderen natuurlijk zijn omdat ze uitingen zijn van liefde. Dat Hij jou roept is net zo natuurlijk als jouw antwoord en net zo onvermijdelijk.

V      DE EGO-LICHAAM-ILLUSIE

  1. Alle dingen werken samen om het goede te bewerkstelligen. Er zijn geen uitzonderingen, behalve als het ego daar een oordeel over geeft. Het ego is er heel scherp en waakzaam in wat wel en wat niet toegelaten wordt in het bewustzijn, maar op die manier kunnen er geen evenwichtige gedachten ontstaan. Het ego raakt nog verder uit evenwicht, omdat je je van het hoofdmotief van het ego niet bewust bent. Het wil eerder controle houden, dan aan innerlijke gezondheid werken. Het ego heeft hier alle reden voor, vanwege de basis van het denksysteem waaruit het ego is ontstaan en dat het dient. Een gezond oordeel zou nooit passen bij het ego en daarom wordt het door het ego aan de kant gezet om zelf te kunnen overleven.
  2. Een belangrijke bron van het ego dat niet in evenwicht is, is het tekort aan besef tussen het lichaam en de Gedachten van God. Die laatsten zijn voor het ego onacceptabel omdat ze heel duidelijk erop wijzen dat het ego niet bestaat. Het ego vervormt daarom De Gedachten van God of weigert ze te accepteren. Maar het ego kan ze niet stoppen en ze niet laten ophouden te bestaan. Het ego probeert daarom niet alleen onacceptabele impulsen van het lichaam te verbergen, maar het probeert ook de Gedachten van God te verbergen, omdat ze allebei een bedreiging voor het ego zijn. Het ziet ze als een en hetzelfde, omdat het zich alleen maar met het zelfbehoud bezig houdt als het geconfronteerd wordt met een bedreiging. Door ze als hetzelfde te zien, probeert het ego te vermijden dat het wordt weggevaagd, iets dat door het innerlijk weten beslist zou gebeuren.
  3. Elk systeem van denken dat God en het lichaam verwisselt, moet wel waanzinnig zijn. Maar deze verwarring is van wezenlijk belang voor het ego, want het beoordeelt alles alleen maar op het feit of het al dan niet een bedreiging voor hem is. In één opzicht is de angst van het ego voor God tenminste logisch, omdat het idee van God het ego wel degelijk oplost. Maar angst voor het lichaam waarbij het ego denkt dat dit het ego is, is absoluut zinloos.
  4. Het ego heeft ervoor gekozen dat het lichaam zijn thuis is. Het is de enige plek waar het ego zich veilig bij voelt, want de kwetsbaarheid van het lichaam is zijn beste argument dat jij niet van God kunt komen. Dit is een overtuiging dat het ego heel graag naar voren brengt. Maar het ego haat het lichaam ook, want het vindt het lichaam niet goed genoeg om als zijn thuis te dienen. Op dit punt gaat het in het denken echt duizelen. Want het ego vertelt dat hij echt deel is van het lichaam en dat het lichaam hem beschermt, maar aan de andere kant vertelt het ego ook dat het lichaam hem niet beschermen kan. Daarom vraagt de denkgeest: “Waar moet ik voor bescherming heen?” en het ego antwoordt: “Kom maar bij mij”. De denkgeest herinnert het ego eraan, en niet zonder reden, dat het er zelf op aangedrongen heeft om zichzelf te zien als een lichaam en dus heeft het geen zin om naar het ego toe te gaan voor bescherming. Het ego heeft hier geen antwoord op omdat er geen antwoord is, maar het ego heeft wel een oplossing die precies bij hem past. Hij wist de vraag uit het bewustzijn. Als dit is gebeurd dan zal de vraag als hij weer op komt een onbehaaglijk gevoel geven, maar er is geen antwoord te vinden omdat de vraag eigenlijk niet gesteld kan worden.
  5. Dit is de vraag die je moet stellen: “Waar kan ik voor bescherming heen?”. “Zoekt en gij zult vinden”, betekent niet dat je blind en vol twijfels op zoek moet gaan naar iets dat je niet zou herkennen. Je gaat bewust op zoek, en je organiseert en richt je zoektocht heel bewust. Het doel moet helder en duidelijk zijn en je moet je doel ook steeds in gedachten houden. Leren en willen leren horen beslist bij elkaar. Je leert het beste als je gelooft dat wat je probeert te leren ook waarde voor je heeft. Maar niet alles wat je leert blijft altijd waardevol. Het is misschien zelfs wel zo dat jij de dingen kiest die je wilt leren juist omdat ze niet altijd waardevol zijn.
  6. Het ego wil zich niet binden aan iets dat eeuwig is, want het eeuwige kan niet ergens anders vandaan komen dan van God. Het ego wil graag eeuwig worden, het probeert dat ook te ontwikkelen, maar het zal dit nooit kunnen bereiken. Het ego schippert met het gegeven van de eeuwigheid, net zoals het dat doet met elke vraag en elke kwestie die te maken heeft met de eeuwigheid. Het ego houdt zich liever bezig met allerlei andere onbelangrijke problemen om op die manier de echte vraag te verbergen en buiten het bewust denken te houden. Het druk zijn met allerlei bijzaken is typerend voor het ego en is bedoeld om de echte vraag buiten de gedachten te houden. Het ego is slim, het wordt volledig in beslag genomen door allerlei problemen die niet op te lossen zijn. Dit doet het ego het liefste; het denken verhinderen verder te komen op de geestelijke weg. Het zijn allemaal afleidingsmanoeuvres en de mensen die dit doen stellen zich nooit de vraag wat de bedoeling is van al die afleiding van de geestelijke weg. Dat is de vraag die jij jezelf moet stellen: waarvoor zoek ik afleiding en waarom? Wat het antwoord ook is, het zal jou inspanning om verder te komen automatisch de goede richting opsturen. Wanneer je dan de beslissing neemt een doel uit te kiezen, heb je een beslissing genomen over waar je inspanningen in de toekomst op gericht zullen zijn. Dit is een besluit dat vast staat, tenzij je weer van gedachten verandert.

V      DE BELONINGEN VAN GOD

  1. Het ego kan de echte bron van ‘dreiging’ niet herkennen en als jij denkt dat jij je ego bent, dan snap je de situatie niet echt. Alleen omdat jij trouw bent aan jouw ego zorgt het ervoor dat je ego macht over je heeft. Jezus spreekt hier over het ego alsof het een los staand ding is dat zelfstandig dingen doet en uitvoert.  Dit is nodig om jou ervan te overtuigen dat je je ego niet eventjes luchtig weg kunt wuiven. Je moet leren beseffen hoeveel van jouw gedachten door het ego bepaald en gericht worden. Het is niet juist om dat er zo bij te laten, want anders zul jij je constant innerlijk verscheurd voelen zolang je op aarde rondloopt of gelooft dat je hier op aarde bent. Je andere leven is al doorgegaan zonder enige onderbreking en het heeft totaal geen last ervan gehad en zal dat ook nooit hebben van jouw pogingen om je los te maken van de geest in jou die door God geschapen is.
  2. Op het moment dat je leert te ontsnappen aan alle illusies die je gemaakt hebt, mag je nooit vergeten wat jij je medemens verschuldigd bent. Het is hetzelfde als wat je Jezus verschuldigd bent. Telkens wanneer je een ander egoïstisch behandelt gooi je de genade van de erkenning dat de ander door God geschapen is overboord en ook de heilige manier van kijken naar de ander die dan zou ontstaan. De term ‘heilig’ wordt gebruikt omdat, als je leert beseffen hoeveel je de hele mensheid, die de Zoon van God is, verschuldigd bent en waar Jezus ook bij hoort, je zo dicht bij innerlijk weten komt als maar mogelijk is. Het verschil is dan zo klein geworden dat kennis het gemakkelijk kan overbruggen en de onjuiste waarneming voorgoed kan laten verdwijnen.
  3. Jij hebt nu nog heel weinig vertrouwen in Jezus, maar dat vertrouwen zal groeien als je steeds vaker innerlijk van Hem leiding vraagt in plaats van de leiding van je ego. Als je resultaten ziet van de leiding die je gegeven wordt, dan zul je er steeds meer van overtuigd raken dat dit de enige zinnige keuze is die je kunt maken. Er is geen mens die nog overtuigd hoeft te worden van de juiste keuze als men ervaart dat die keuze vrede en vreugde brengt en de andere chaos en onheil. Leren door middel van beloning heeft veel meer resultaat en effect dan leren door pijn, want pijn is een illusie van het ego en het kan nooit meer dan een tijdelijk effect veroorzaken. Als je de beloningen van God ontvangt zul je onmiddellijk hun eeuwigheidswaarde ontdekken en erkennen. De ‘jij’ die dit ontdekt en erkent, de ‘jij’ die door God geschapen is en niet je ego, is het bewijs dat ‘jij’ en je ego niet hetzelfde zijn. Je gelooft misschien dat je dit verschil al hebt geaccepteerd, maar je bent er absoluut niet totaal van overtuigd. Het feit dat je gelooft dat je aan je ego moet ontsnappen is het bewijs hiervan, maar je kunt niet aan je ego ontsnappen door het te vernederen, te beheersen of te straffen.
  4. Het ego en de geest kennen elkaar niet. Een denkgeest die afgedwaald is van God kan de dwaling alleen maar vasthouden door afstand te nemen van de geest van God die in hem geschapen is. Als hij dat heeft gedaan, ontkent hij alle echte en natuurlijke impulsen, niet omdat het ego een zelfstandig en losstaand iets is, maar omdat jij wilt geloven dat jij een zelfstandig en losstaand wezen bent. Het ego is een middel om dat geloof in stand te houden, maar het is nog steeds jouw beslissing of jij dat middel ook wilt gebruiken waardoor het kan blijven bestaan.
  5. Hoe kun je iemand bewust maken van de waarde van iets dat hij met opzet heeft weggegooid? Hij moet het hebben weggegooid omdat hij er geen waarde aan hechtte. Je kunt hem alleen maar laten zien hoe beroerd hij eraan toe is zonder dat wat hij weggegooid heeft en het dan langzaam dichterbij brengen zodat hij kan inzien dat door het dichterbij komen van dat wat hij weggedaan heeft zijn situatie steeds beter wordt. Dit leert hem zijn situatie die niet fijn is in verband te brengen met dat wat hij mist en kwijt is geraakt en gelukkig zijn met het weer terugvinden van wat hij kwijt is. Hij zal langzaam wensen om het terug te vinden, en die wens zal ontstaan omdat hij de warde ervan weer gaat inzien. Jezus leert jou om ellende met het ego in verband te brengen en blijdschap met de geest. Jij hebt het jezelf precies andersom geleerd. Je bent nog altijd vrij om te kiezen, maar zou het verstandig zijn om de beloningen van het ego te kiezen als je ook de keuze kunt maken voor de beloningen van God?
  6. Op dit moment is Jezus Zijn vertrouwen in jou groter dan jouw vertrouwen in Hem, maar dat zal niet altijd zo zijn. Jouw opdracht is heel simpel. Jou wordt gevraagd op zo’n manier te leven dat het duidelijk wordt dat hij geen ego bent en Jezus vergist zich niet als hij Gods kanalen uitkiest. De HoogHeilige deelt zijn vertrouwen en accepteert wat Hij beslist in de verzoening, omdat zijn wil altijd in harmonie is met die van God. Jezus heeft al eerder gezegd dat hij de leiding in de verzoening heeft. Hij heeft de taak op zich genomen om de mensheid dichter bij God te brengen. Dit komt alleen omdat hij zijn aandeel als mens voltooid heeft en dit nu via anderen voltooien kan. De kanalen die hij gekozen heeft kunnen niet falen, omdat hij hen zijn kracht zal lenen zolang die van hen tekort schiet.
  7. Hij zal met jou naar de Hoogheilige gaan en via zijn waarneming kan God de kloof overbruggen. Jouw dankbaarheid richting jouw medemens is het enige geschenk dat hij van jou verlangt. Hij zal het voor jou bij God brengen omdat hij weet dat weten wie je medemens is hetzelfde is als God kennen. Als jij je medemens dankbaar bent, dan ben je God dankbaar voor wat Hij geschapen heeft. Door jouw dankbaarheid leer je je medemens kennen en één ogenblik van echte herkenning maakt iedereen tot je medemens, want iedereen is afkomstig van de Vader. Liefde overwint niet alles, maar brengt wel alles in orde. Omdat jij het Koninkrijk van God bent, kan Jezus jou naar jouw eigen scheppingen terug leiden. Je herkent ze nu niet, maar waar je nu nog geen verbinding ziet, bestaat die verbinding wel degelijk.
  8. In de mate waarin je dichter bij een medemens komt, kom je dichter bij Jezus en in de mate waarin jij verder van hem weg gaat staan, ga je ook verder van Jezus weg. Verlossing is iets wat samen gedaan moet worden. Er kan geen vrijheid zijn voor een paar mensen die zich uit de mensheid los maken, want dan maken ze zich los van Jezus zelf. God zal alleen tot jou komen als jij Hem aan je medemens geeft, leer eerst van hen en dan zul je klaar zijn om God te horen. Want de functie van liefde is één. Alles in allen, één in eenheid.

VI      SCHEPPING EN IN VERBINDING STAAN

  1. Het is niet belangrijk wat de inhoud is van een illusie van het ego, maar het is duidelijk dat de verandering van een illusie het meeste zin heeft als het duidelijk te merken is. De illusies van het ego zijn heel aanwijsbaar, hoewel gedachten van nature ontastbaar en onzichtbaar zijn. Een deel van de denkgeest wordt tastbaar als het zich splitst. Het tastbare en aanwijsbare deel gelooft in het ego, omdat het ego op het aanwijsbare en tastbare aangewezen is. Het ego is dat deel van de denkgeest dat gelooft dat jouw bestaan bepaald wordt doordat je alleen en zelfstandig in het leven staat.
  2. Alles dat het ego ziet is een geheel met afzonderlijke delen, zonder enige verbinding tussen die delen. Het ego is er daarom op tegen om echte verbinding te maken, behalve wanneer die verbinding gebruikt kan worden om het zelfstandig zijn te verstevigen in plaats van te verzwakken of zelfs op te heffen. Het systeem om verbinding te maken is gebaseerd op het eigen denksysteem van het ego zoals al het andere dat het voorschrijft. De verbinding met anderen wordt beheerst door de behoefte om zichzelf te beschermen en het zal de verbinding verbreken als er een bedreiging ervaren wordt. De verbreking van de verbinding is altijd een reactie op één of meer specifieke personen. De gedachten van het ego zijn altijd heel specifiek gericht en het resultaat ervan is dat daarna een algemeen beeld van die personen gevormd wordt dat heel aanwijsbaar en tastbaar is. Het ego reageert op hele aanwijsbare manieren op alles dat wel of niet bij hem past.
  3. De geest reageert precies andersom. Hij reageert alleen op alles dat waar is en op iets anders reageert hij niet. Hij vraagt zich ook helemaal niet af of wat waar is of niet. De geest weet dat alles wat God geschapen heeft waar is. De geest staat in totale en rechtstreekse verbinding met elk aspect van de schepping, omdat hij zich in totale en rechtstreekse verbinding met God bevindt. Deze rechtstreekse verbinding is de Wil van God. Schepping en communicatie of rechtstreekse verbinding zijn hetzelfde. God heeft iedere denkgeest geschapen door Zijn Eigen Denkgeest aan hem bekend te maken en hem op die manier een eeuwig kanaal te maken om Zijn Denkgeest en Wil te kunnen ontvangen. Omdat alleen wezens die gelijk aan elkaar zijn met elkaar kunnen communiceren of in echte verbinding met elkaar kunnen staan, staan de scheppingen van God in rechtstreekse verbinding met God en op de manier van God. Deze communicatie is volmaakt onzichtbaar en ontastbaar, omdat deze verbinding universeel is en niet beïnvloed wordt door enig oordeel, enige uitzondering of enige verandering. God heeft jou hierdoor, maar ook hiervoor geschapen. De denkgeest kan deze functie die hij heeft vervormen, maar hij kan geen functies voor zichzelf bedenken die hem niet gegeven zijn. Daarom kan de denkgeest het vermogen om te communiceren of in rechtstreekse verbinding staan nooit helemaal kwijtraken, ook al weigert hij die communicatie te gebruiken voor het ‘zijn’.
  4. Bestaan en ‘zijn’ heeft als basis communicatie of rechtstreekse verbinding hebben. Het bestaan hoort bij de wereld en binnen het bestaan wordt bepaald hoe, waarover en met wie communicatie waard is om gevoerd te worden. Het ‘zijn ‘ hoort bij de geest en die kent dit soort waardebepalingen helemaal niet. Zijn is een toestand waarin de denkgeest in verbinding staat met alles dat werkelijk is. Het hangt van jou af in hoeverre jij je laat beperken in die toestand. Als jij jezelf beperkt in je zijn, dan begrens je je besef van je eigen werkelijkheid, die pas totaal en compleet wordt wanneer je alles dat echt is ziet en beseft hoe dat schitterende alles in relatie tot jou staat. Dat is jouw werkelijkheid. Maak die werkelijkheid niet onheilig en wees er ook niet bang voor. Dit is je echte thuis, je echte Tempel en je echte Zelf.
  5. God, die alle ‘zijn’ omvat, heeft wezens geschapen die allemaal alles hebben, en die dat willen delen om hun blijdschap groter te maken. Niets dat echt is kan groter gemaakt worden, behalve door het te delen. Dit is de reden waarom God jou geschapen heeft. Het onzichtbare en ontastbare Goddelijke schept blijdschap in het delen van de onzichtbare en ontastbare dingen. Dit is wat schepping betekent. ‘Hoe’, ‘wat’ en ‘wie’ is totaal onbelangrijk, omdat echte schepping alles geeft, omdat zij alleen kan scheppen als zichzelf. Onthoud dat er in het Koninkrijk geen verschil is tussen ‘hebben’ en ‘zijn’,  zoals dat in het bestaan in de wereld wel het geval is. In de staat van ‘zijn’, de werkelijke wereld, geeft de denkgeest alles altijd.
  6. In de Bijbel wordt heel regelmatig gezegd dat je God moet prijzen. Dit betekent beslist niet dat je Hem zou moeten zeggen hoe geweldig Hij is. Hij heeft geen ego waarmee Hij zo’n compliment  in ontvangst zou kunnen nemen, en Hij heeft ook geen blik die op de wereld gericht is waarmee hij zo’n compliment beoordelen kan. Maar zolang jij je rol in de schepping niet op je neemt en invulling geeft, is Zijn blijdschap niet compleet, omdat jouw blijdschap niet compleet is. En dit weet Hij. Hij weet het in Zijn Eigen Wezen, en Hij ervaart de niet complete blijdschap in Zijn Kind ervaring. Het constant uitvloeien van Zijn Liefde wordt belemmerd wanneer Zijn kanalen gesloten zijn en Hij is eenzaam wanneer de denkgeesten die Hij geschapen heeft niet volledig met Hem in verbinding staan of communiceren.
  7. God heeft jouw Koninkrijk voor jou bewaard, maar Hij kan zijn blijdschap niet met je delen zolang jij die blijdschap niet met heel je geest en met al je gedachten kent. Plotseling inzicht en besef in de eenheid van alles dat is, is niet genoeg want dat is alleen communicatie die vanuit God afkomstig is. Aan God hoef je geen inzicht of besef terug te geven, want natuurlijk is dat niet mogelijk, maar Hij wil wel dat dit plotselinge inzicht en besef aan anderen gegeven wordt. Dit kan niet gedaan worden met het persoonlijke plotselinge besef van de eenheid van alles, want die ervaring kan niet onder woorden gebracht worden, omdat die ervaring hoogst persoonlijk is voor degene die dit ontvangt. Deze ervaring kan wel aan anderen worden terug gegeven door middel van de innerlijke houding die ontstaat door de kennis die men ontvangt door deze ervaring van inzicht en besef van de eenheid van alles.
  8. God wordt geprezen als een denkgeest leert om totaal behulpzaam te zijn. Totaal behulpzaam kun je nooit zijn zonder ook totaal niet-kwetsend te zijn, omdat deze twee dingen wel samen moeten gaan. Als je echt behulpzaam wilt zijn, ben je onkwetsbaar, want je beschermt je ego niet en zonder je ego kan niets jou kwetsen. Je behulpzaamheid is je manier om God te eren en Hij zal jouw eer beantwoorden, omdat je bent zoals Hij en omdat jullie samen blij kunnen zijn. God komt naar je toe en werkt door jou heen en er is grote blijdschap in het hele Koninkrijk. Iedereen die het denken heeft verandert, helpt om deze blijdschap groter te maken door persoonlijk bereid te zijn deze veranderde gedachten te delen met anderen. De mensen die echt behulpzaam zijn, zijn God Zijn wonderdoeners aan wie Jezus leiding geeft totdat we allemaal in de blijdschap van het Koninkrijk samen zijn. Jezus zal jou overal heen leiden waar je echt behulpzaam kunt zijn en naar iedereen die Jezus zijn leiding volgen kan door middel van jou.