HOOFSTUK 3

OP EEN ONSCHULDIGE MANIER NAAR ALLES KIJKEN

Dichter bij God komen zonder enig verlies

  1. Voordat je laatste beetje angst voor het wonder van de liefde verdwijnen kan moet jou één ding totaal duidelijk zijn. Er wordt gezegd dat Jezus gekruisigd is om de mensheid te verzoenen met God, maar dit is niet juist, het was de opstanding die de mensheid dichter bij God bracht. Veel christenen die oprecht in Jezus zijn boodschap geloofden hebben dit verkeerd begrepen. Als je niet gelooft in gebrek of schaarste, dan maak je deze vergissing ook niet. Als je op een verkeerde manier naar de kruisiging kijkt, dan lijkt het inderdaad zo dat God het goed vond en zelfs aanmoedigde, dat één van Zijn Zonen moest lijden omdat hij goed en vol liefde was. De onjuiste uitleg van de kruisiging heeft bijzonder ongelukkige gevolgen gehad en is ontstaan uit projectie van angsten. Het heeft ervoor gezorgd dat veel mensen een rauwe, basale en bittere angst voor God hebben ontwikkeld. Zoals de kruisiging is uitgelegd is het antigodsdienstig. Er zijn in veel godsdiensten dit soort onjuiste interpretaties van gebeurtenissen binnengeslopen. Toch hoort een echte christen bij de uitleg stil te staan en zich af te vragen hoe dat mogelijk is. Zou het waar kunnen zijn dat God Zelf tot dit soort denken in staat is? Denken dat hij Zichzelf onwaardig vindt voor Zijn Zoon? Hij heeft duidelijk gezegd dat elk kind van God geliefd en de moeite waard is.
  2. De beste verdediging is, zoals altijd, niet om de standpunten van anderen aan te vallen, maar om de waarheid te beschermen. Waarom zou je een idee aanvaarden dat indruist tegen al je gevoelens? Dat is onverstandig, want als je een dergelijke uitleg van de kruisiging zou accepteren, dan betekent het dat je gevoel niet juist is. Hierdoor ontstaan gevoelens van wantrouwen tegen God. Verplicht iets aannemen omdat ‘men’ jou dat vertelt heeft voor jou pijnlijke gevolgen en wereldwijd gezien zelfs tragische gevolgen. Mensen zijn vervolgd in de wereld omdat men probeerde de verschrikkelijke misvatting te rechtvaardigen dat God Zelf Zijn Zoon vervolgd had. Zelfs de woorden die net opgeschreven zijn hebben geen enkele betekenis. Het valt niet mee dit vernietigende beeld van God uit te bannen, niet omdat deze vergissing uit het verleden moeilijker te corrigeren zou zijn dan enige andere vergissing, maar omdat heel veel mensen niet bereid waren en zijn deze overtuiging op te geven. Er is een uitgesproken waarde aan deze uitleg gegeven die men bereid was te verdedigen. Wanneer je dit vereenvoudigt, zegt een ouder die een kind straft “Dit doet mij meer pijn dan jou”  om te rechtvaardigen dat het kind geslagen wordt. Kun jij geloven dat God werkelijk op die manier denkt? Het is zo ontzettend belangrijk dat dit soort denken voorgoed uit jou verdwijnt en dat er geen spoor van dit soort denken in jouw gedachten achterblijft. Jezus werd niet ‘gestraft’ voor jouw zonden of omdat jij slecht bent. De les van de verzoening met God is goed en liefdevol bedoeld en gaat verloren als die op welke manier dan ook verdraaid en bezoedeld wordt.
  3. De uitspraak “Mij komt de wraak toe, spreekt de Here” is ook een verkeerde manier van denken waarmee men het eigen ‘zondige’ verleden aan God overdraagt. Het ‘zondige’ verleden heeft niets met God te maken. Hij heeft het niet geschapen en Hij houdt het ook niet in stand. God gelooft niet in de noodzaak om wraak te nemen. Zijn Gedachten scheppen niet op die manier. Hij rekent jou de ‘zondige’  dingen die je gedaan hebt niet aan. Lijkt het je dan waarschijnlijk dat Hij ze Jezus wel aangerekend zou hebben? Je moet er heel erg van overtuigd zijn en goed begrijpen dat dit volslagen onmogelijk is. Dit soort denken is projectie van mensen die leven uit angst. De vergissing die ooit gemaakt is door deze woorden heeft een massa andere vergissingen veroorzaakt, waaronder het geloof dat God Adam uit het paradijs gegooid heeft en niets meer van hem wilde weten. Het is ook de reden dat jij gelooft dat God je zo nu en dan op een dwaalspoor brengt om je uit te testen. God heeft altijd alle moeite gedaan om Zijn boodschap zo zuiver mogelijk over te brengen aan de mensheid, zodat Zijn woorden bijna onmogelijk te verdraaien waren, maar het is altijd mogelijk om tekens met een diepere betekenis te vervormen wanneer men dat wil.
  4. Opofferen of offeren zijn ook begrippen die God niet kent. Ze zijn ontstaan uit angst en angstige mensen kunnen kwaadaardig zijn. Elke vorm van offeren overtreedt het gebod van God dat we liefdevol moeten zijn zoals onze Vader in de Hemel liefdevol is. Veel christenen hebben het er moeilijk mee om in te zien dat zij gebrek aan liefde laten zien als zij liefde zien als een offer aan God. Goede leraren jagen hun leerlingen nooit angst aan en voeren ook geen schrikbewind, want dat is anderen aanvallen en het eindigt ermee dat wat de leraar aanbiedt geweigerd wordt. Het gevolg van dit alles is dat er niets wordt geleerd.
  5. Jezus is terecht aangeduid als ‘het Lam Gods dat de zonden der wereld wegneemt’, maar als het lam vol met bloed bevlekt weergegeven wordt, dan wordt de diepere betekenis van dit symbool niet begrepen. Het is een symbool dat de onschuld van Jezus tot uitdrukking brengt. Als gesteld wordt dat de leeuw en het lam bij elkaar liggen, dan wordt daarmee bedoeld dat kracht en onschuld niet tegenovergesteld zijn aan elkaar, maar van nature in vrede samengaan. ‘Zalig de zuiveren van hart, want zij zullen God zien’ is een andere manier om te zeggen dat onschuld en kracht samengaan. Wanneer je gedachten zuiver zijn, dan ken je de waarheid en dan ben je sterk. Je weet dan dat onschuld niet hetzelfde is als zwakheid, omdat onschuld en kracht bij elkaar horen.
  6. Iemand die in onschuld leeft is niet in staat iets te offeren, want onschuldige gedachten hebben geen toevoegingen nodig waarvoor een geschenk aan God aangeboden zou moeten worden. Een onschuldig mens probeert de onschuld en heelheid te beschermen. Een onschuldig mens projecteert geen schuld. Hij eert anderen, omdat anderen eren een natuurlijk iets is om aan te bieden aan mensen die, net als zij, onschuldig zijn geschapen. Het ‘lam’ neemt de zonden van de wereld weg betekent dat God je tegemoetkomt en je dichter naar Zich toe trekt om je duidelijk te maken dat je volmaakt onschuldig bent geschapen. Dit is de ware betekenis van verzoening met God, er is geen dubbele bodem, geen verborgen betekenis. De heelheid van jou als mens bestaat in de eenheid met God in het licht. Als je er voor kiest om niet naar het licht te kijken, dan sluit je jezelf van het licht af en kies je voor de duisternis. Er zijn altijd pogingen gedaan om de deur naar het licht dicht te houden voor mensen.
  7. De verzoening met God is de waarheid en niets dan de Waarheid. Het is een totale zegen van God, er is niets schadelijks te vinden in het proces dat je dichter bij God brengt. Dit zou niet zo kunnen zijn als ze niet ontstaan was uit totale onschuld. Onschuld is wijsheid, omdat ze zich van geen kwaad bewust is, want onschuld kent geen kwaad. Maar onschuld is volkomen bewust van alles dat waar en de waarheid is. De opstandig is het bewijs dat niets de waarheid over het leven kan vernietigen. Het goede is sterker dan welke vorm van het kwaad dan ook, net zoals het licht alle duisternis laat verdwijnen. Daarom is de verzoening van God en mens de volmaakte les voor ons. Het is het definitieve bewijs dat alle andere lessen die God aan de mensheid gaf waar zijn. Als je aanneemt dat de verzoening met God de volmaakte les is die je kunt leren in je leven, dan is het niet meer nodig om door middel van allerlei andere lessen dichter bij God te komen. Al je vergissingen zullen verdwijnen als je dit gelooft.
  8. God is onschuldig en omdat jij door God geschapen bent, ben jij ook onschuldig. Als je accepteert dat je onschuldig geschapen bent en jezelf daardoor kent, dan weet je in gedachten wie God is, want God is niet een symbool, Hij is een Feit. Als je jezelf en anderen kent, dan besef je dat de enige juiste gerichtheid van denken de verzoening is. Dit is geen offer maar een geschenk uit jouw hart. In jouw hart, het altaar van God, hoort alleen volmaaktheid thuis: De Liefde. De mensen die inzien dat zij onschuldig geschapen zijn kennen de waarheid, en daarom stralen hun harten zuiver licht uit.

II DE ENIGE JUISTE MANIER VAN WAARNEMEN IS LIEFDE ZIEN

  1. De basisbegrippen die genoemd zijn hebben dezelfde waarde, ze zijn allemaal even waardevol. Je kunt begrippen in tegenpolen uitleggen, zoals bijvoorbeeld licht en duisternis, liefde en angst, maar er zijn ook begrippen die geen tegenhanger hebben. Je kunt je trouwens niet tegelijkertijd licht en donker voorstellen of alles en niets. Het is of het een of het ander. Zo zullen je gedachten overal blijven heen dwarrelen als je geen keuzes maakt waarop je je gedachten werkelijk wilt richten. Je kunt wel een band krijgen met het licht of met alles, maar niet met duisternis of met niets. Er is nog nooit iemand geweest die nog nooit licht of iets heeft ervaren in zijn leven. Daarom kan niemand de waarheid ontkennen, ook al denkt hij zelf dat dit wel mogelijk is.
  2. Je kunt niet een beetje onschuldig zijn. Dat houdt ook in dat je niet eerder onschuldig bent tot je totaal onschuldig bent. Mensen die een beetje onschuldig zeggen te zijn worden nog heen en weer geslingerd tussen schuld en onschuld. Pas wanneer ze inzien dat ze totaal onschuldig geschapen zijn, en iedereen met hen, ontstaat wijsheid. Als je jezelf als onschuldig geschapen beschouwt en je kijkt op die manier naar andere mensen, dan zie je hen zoals ze werkelijk zijn, zonder vergissingen en zonder hun ego. Dit betekent dat je altijd hun ware zelf ziet. Je ziet simpelweg nooit wat niet echt is en alleen maar wat wel echt is aan hen.
  3. Wanneer jij er geen vertrouwen in hebt wat een ander gaat doen, dan verklaar je daarmee dat je denkt dat die ander niet de juiste gedachten heeft. Als je van plan bent een wonder te verrichten is dit niet het juiste uitgangspunt. Jouw denken heeft het rampzalige gevolg dat de macht van het wonder niet erkend wordt. Het wonder van de liefde ziet alles zoals het is. Als er niets anders dan de waarheid bestaat, dan kan er niets anders dan volmaaktheid bestaan, dat is de juiste manier van denken. Alles dat God schept met Zijn wil en wat jij schept met behulp van de Wil van God bestaat. Alleen dat kan echt zijn. Alleen onschuldigen; zij die weten dat iedereen onschuldig geschapen is, kunnen dat zien. Onschuldigen zien niet wat niet werkelijk is.
  4. Jij bent bang voor de Wil van God, omdat jij jouw scheppende vermogen dat je van Hem hebt gekregen gebruikt hebt om mislukkingen te creëren. Gedachten kunnen alleen mislukkingen creëren als je gelooft dat je niet vrij bent. Gedachten zitten gevangen en zijn niet vrij omdat het denken alleen maar op zichzelf gericht is of omdat het denken zichzelf gevangen zet. Daardoor worden gedachten beperkt en de wil is niet meer vrij op een plaats op te eisen. Eenheid betekent dezelfde gedachten hebben of hetzelfde willen. Als de wil van de mensheid en de Wil van God één worden, dan vormt de eenheid van gedachten tussen God en mens de Hemel.
  5. Wanneer je je geest onder leiding van God of Jezus stelt, dan is er niets dat jou de baas kan worden. Door je over te geven aan Gods leiding word je wakker uit je onbewustheid en dan herinner jij je Wie jou geschapen heeft. Alle gevoelens van afgescheiden zijn van God verdwijnen daardoor. De Zoon van God, de mensheid, is een deel van de Heilige Drie-eenheid, maar de Drie-eenheid Zelf is Een. Omdat de Drie-eenheid Een is, is er geen niveauverschil als ze samen hetzelfde Denken en dezelfde Wil hebben. Er is maar een doel en dat is het doen ontstaan van de Eenheid. De Eenheid brengt de vrede van God. Alleen zij die de totale onschuld beseffen van alle mensen omdat ze in Onschuld geschapen zijn kunnen dit zien. Deze mensen hebben een zuiver hart en verdedigen dat ze alleen maar onschuld zien. Zij hoeven zich niet tegenover onschuldigen te verdedigen, daarvoor is geen noodzaak. Omdat ze begrijpen wat verzoening is – denken vanuit liefde – hebben ze geen enkele behoefte iemand aan te vallen en daardoor zien ze wat de waarheid is. Dit is wat de Bijbel bedoelt wanneer er staat: “ Als Hij zal zijn geopenbaard (of zal worden gezien) zullen wij Hem gelijk zijn, want we zullen Hem zien gelijk Hij is” .
  6. Je kunt de mislukkingen die je bij anderen ziet voor jezelf corrigeren door je vertrouwen te richten op dat wat waar is. Je kunt onwaarheden nooit waar maken. Als je bereid bent om alleen de waarheid over een mens te aanvaarden, dan is dat de waarheid. De onschuld zien in een ander betekent door alle mislukkingen en dwalingen heenkijken naar de onschuld die God geschapen heeft. Mensen die in hun eigen creaties en mislukkingen leven vinden nergens troost. Als jij anders bent en ziet wat werkelijk is, dan zul je geen ego en mislukking meer zien. Doordat je mensen ziet zoals ze zijn, bied je hen aan dat je hen accepteert zoals ze geschapen zijn en daarmee accepteer je ook jezelf. Op die manier kunnen zij ook accepteren dat ze onschuldig geschapen zijn en dat dit is wat ze werkelijk zijn. Zo breng je genezing die door het wonder van de liefde veroorzaakt wordt.

III    ZIEN EN WETEN

  1. We hebben tot nu toe veel gesproken over hoe je andere mensen ziet, maar er is nog maar weinig over kennis of weten gezegd. Dit komt omdat je eerst op de juiste manier moet kunnen zien voordat je iets kunt kennen of weten. Kennen of weten is zeker zijn. Als je ergens niet zeker van bent, dan betekent het dat je het ook niet weet. Kennis is macht omdat ze zeker is, en zekerheid is kracht. De wereld om je heen zien is iets tijdelijks, want de wereld verandert. Als mens geloof je in tijd en ruimte en daarin gebeurt iets, en de manier waarop je die gebeurtenis waarneemt heeft alles te maken met angst of liefde. Als je vanuit je ego leeft dan brengen gebeurtenissen angst met zich mee, maar leven vanuit de liefde betekent gebeurtenissen vanuit liefde bezien waardoor de liefde gevolgd wordt. Maar zowel dingen ervaren uit angst of uit liefde brengt geen van beiden zekerheid, want alles dat je ziet is aan verandering onderhevig. Daarom is dat wat je ervaart geen kennis. Gebeurtenissen bezien vanuit de liefde is de ware manier van zien en het vormt de basis voor kennis, maar weten is bevestiging van de waarheid en dit weten gaat boven alle ervaring uit.
  2. Al je moeilijkheden ontstaan uit het feit dat jij jezelf, een ander en God niet herkent. Herkennen betekent ‘opnieuw kennen’. Het opnieuw kennen van jezelf, een ander en van God houdt eigenlijk in dat je dat ook wel geweten of gekend hebt. Als mens kun je op heel veel manieren naar het leven kijken, omdat iedereen zijn of haar eigen overtuigingen meeneemt bij hun houding ten opzichte van het leven. Maar ideeën of overtuigingen kunnen veranderen en daarom kijkt geen enkel mens een heel leven lang op dezelfde manier naar gebeurtenissen in het leven. Omdat een wonder op een bepaalde manier waargenomen wordt door een mens, is het ervaren van een wonder geen kennis.
  3. Een wonder is het juiste antwoord op een vraag, maar je stelt geen vragen als je weet! Wanneer je een vraagteken zet bij alles wat je zelf gemaakt hebt in het leven, dan zet je de eerste stap bij het oplossen van alle illusies die je gecreëerd hebt. Het wonder, oftewel het juiste antwoord, corrigeert ze naar het standpunt van waaruit je met liefde je scheppingen bekijkt. Door de tijd verandert je kijk op de dingen die je in het verleden gecreëerd hebt. Hoe je iets op een gegeven moment bekijkt hangt af van wat je op dat moment doet en dat heeft altijd met de tijd te maken. Je kijkt nu anders tegen de dingen aan die in je leven gebeurd zijn dan bijvoorbeeld tien jaar geleden. Kennis is tijdloos want zekerheid roept geen vragen op. Je kent en weet als je ermee opgehouden bent vragen te stellen.
  4. Wanneer je gedachten nog om allerlei vragen over je leven cirkelen, dan zie jij jezelf op basis van het heden, verleden en toekomst, dan ben je met de aardse tijd bezig. Je gedachten zoeken de antwoorden die in de toekomst liggen. Wanneer iemand geen verandering zoekt, dan denkt hij dat het heden en de toekomst hetzelfde zullen blijven. Het lijkt dan misschien of zo iemand op een stabiele manier leeft, maar meestal probeert men de angst voor een toekomst die erger is dan het heden te onderdrukken. Deze angst onderdrukt ook de neiging om ook maar één vraag te stellen.
  5. Op de juiste manier naar het leven kijken is de natuurlijke manier van denken als je met een geestelijke blik en niet met een wereldse manier naar gebeurtenissen kijkt. Toch is de juiste manier van kijken een correctie van de onjuiste manier van kijken naar het leven. Daarmee is het nog niet een feit. De geestelijke blik is symbolisch bedoeld en daarom is het geen middel om tot echt weten te komen. Door de geestelijke blik, de manier om achter de illusies van het ego de ware schepping van God te zien, kun je wel op de juiste manier zien wie mensen werkelijk zijn en dat zorgt ervoor dat de geestelijke blik ruimte creëert voor het wonder. Een ‘visioen van God’ zou een wonder zijn, maar dat is iets anders dan plotseling inzien dat alles Eén is. Inzicht is weten, het is kennis, maar een wonder wordt ervaren in een ogenblik. Daarom is inzicht kennis, omdat het blijvend is, maar wonderen en visioenen, hoe heilig ook, zijn niet blijvend.
  6. In de Bijbel staat dat je jezelf moet kennen, of dat je zeker moet zijn. Zekerheid komt altijd van God. Wanneer je van iemand houdt, dan zie je iemand zoals hij is en dan kun je die persoon ook kennen. Als je alleen zijn ego ziet, dan ken je hem niet echt. Zolang je vragen over God hebt, laat je duidelijk blijken dat je God niet kent. Wanneer je zeker van iets bent, heb je geen bewijs of teken nodig. Als je iets doet en dan zegt dat je het op basis van wat je weet gedaan hebt, dan haal je weten en waarnemen door elkaar. Je handelt in de wereld op basis van wat je ziet. Innerlijk weten geeft je de kracht om gedachten te creëren die kunnen scheppen, maar innerlijk weten is niet altijd je basis voor de dingen die je doet in je leven. Dingen zien, wonderen ervaren en dingen doen hangen nauw met elkaar samen. Innerlijk weten is het gevolg van inzicht en bewustzijn en deze kennis leidt tot denken. Waarneming heeft altijd met de zintuigen van het lichaam te maken, ook al is het nog zo’n hoge geestelijke waarneming. Innerlijk weten of kennis komt vanuit het altaar van God, het hart, en deze kennis is tijdloos omdat deze kennis zekerheid is; het is onveranderlijk. De waarheid waarnemen is niet hetzelfde als de waarheid kennen.
  7. Op de juiste manier naar alles kijken is nodig voordat God Zijn boodschappen naar Zijn altaren, de harten van mensen, kan sturen. Het is het altaar dat God in Zijn kinderen heeft geplaatst. In de harten van Zijn kinderen zal Hij Zijn rustige aanwezigheid neerleggen, zodat zij zekerheid hebben dat Hij altijd aanwezig is en Zijn kennis zal vrede brengen in de harten van mensen. God is geen vreemde voor Zijn kinderen en Zijn kinderen zijn geen vreemden voor elkaar. Het innerlijke weten is de basis van op de juiste manier kijken naar de wereld en naar de tijd. Uiteindelijk zal innerlijke kennis het zien en de tijd vervangen. Dat is de werkelijke betekenis van de uitspraken ‘de Alfa en de Omega, het begin en het einde’ en ‘Eer Abraham was, ben Ik’. De juiste manier van kijken naar mensen moet geleerd worden en steeds weer in balans worden gebracht. Innerlijke kennis is stabiel. ‘Vrees God en onderhoud Zijn geboden’ wordt ‘Ken God en aanvaard Zijn Zekerheid’.
  8. Als je een vergissing die een ander gemaakt heeft aanvalt met je gedachten, dan doe je jezelf pijn. Als je je medemens aanvalt dan is het onmogelijk dat je hem werkelijk kent. Een aanval wordt altijd op een vreemde gericht. Je maakt van je naaste een vreemde door op een verkeerde manier over hem te denken, en dus kun je hem niet kennen. Omdat je hem tot een vreemde hebt gemaakt ben je bang voor hem. Het is nodig dat je hem op de juiste manier ziet, zodat je hem kunt kennen. Hij is volmaakt en onschuldig geschapen door God, de rest heeft hij zelf gecreëerd en is illusie. In de schepping van God bestaan geen vreemden. Als je schept zoals God, dan kun je alleen scheppen wat je kent en die schepping als jouw creatie accepteren. God kent Zijn kinderen en Hij weet volmaakt zeker dat Hij hen geschapen heeft. Hij herkent hun volmaaktheid. Wanneer Zijn kinderen elkaar niet herkennen, dan herkennen ze God niet.

IV    HET EGO CREËERT VERGISSINGEN

  1. Alles wat je doet en meent te kunnen is maar een fractie van je werkelijke kracht. Je twijfelt aan je kunnen en vraagt je af of alles wel zal lukken. Dat komt omdat je er niet zeker van bent hoe je je vermogens kunt gebruiken en daardoor heb je ook geen innerlijke zekerheid. Je innerlijke weten is niet stabiel omdat je altijd nog momenten hebt waarbij je zonder liefde naar anderen kijkt. Nadat de mens afdwaalde van God ontstonden allerlei manieren en niveaus om naar het leven te kijken. De geest, die van God afkomstig is, kent geen verschillende niveaus om dingen waar te nemen, de geest is liefde. Alle conflicten in jezelf en met de ander ontstaan doordat er verschillende niveaus van denken zijn. Alleen de Niveaus van de Drie-Eenheid, God, Zijn kinderen en de Heilige Geest, zijn tot eenheid in staat. De niveaus die ontstaan zijn nadat de mensheid afgedwaald is van God, kunnen niet anders dan in strijd met elkaar zijn. Dit komt omdat ze voor elkaar geen betekenis hebben. De manier waarop jij naar de wereld kijkt heeft geen betekenis voor iemand die lijnrecht in zijn denken tegenover je staat.
  2. Na de afscheiding van God ontstond als eerste de splitsing in het denken van mensen. Het niveau van het bewuste, de waarneming, ontwikkelde zich individueel in de wereld. Hierdoor werd de mens waarnemer in plaats van schepper. Het is juist als je het bewuste als het ego omschrijft. Het ego is een verkeerde manier van denken. Het is jezelf zien zoals je wenst te zijn in plaats van zoals jij bent. Toch ben jij alleen in staat jezelf te kennen zoals je bent, want dat is het enige waarvan je zeker kunt zijn. Alles wat je wenst te zijn is ook tegelijkertijd je grootste bron van al je twijfels.
  3. Het ego werd na de afscheiding van God gemaakt; het is niet geschapen. Het is dat deel van jezelf dat voortdurend vragen stelt. Het ego stelt wel vragen maar ziet geen antwoorden die betekenis hebben, want voor werkelijk belangrijke antwoorden heb je innerlijke kennis nodig. Echte antwoorden op al je vragen vind je in je innerlijk weten, in je hart. Zij kunnen nooit in de buitenwereld ontdekt worden. Je denken is altijd verward, want alleen in de Eenheid van je gedachten met God bestaat geen verwarring. Gedachten die afgedwaald zijn van God of gedachten die het niet met elkaar eens zijn moeten wel in de war zijn, dat kan niet anders. In verdeelde gedachten bestaat geen zekerheid over wat men werkelijk is. Er moet wel conflict ontstaan, omdat er geen balans en harmonie is in het denken. Je kunt verdeelde gedachten als vreemden zien die met elkaar in conflict komen omdat de één de ander kan aanvallen. Als je tegenstrijdige gedachten hebt, dan botsen die gedachten met elkaar, waardoor je ruzie in jezelf creëert. Deze ruzie in jezelf veroorzaakt angst. Wanneer je bang bent kun je jezelf innerlijk aanvallen omdat je uit balans bent. Je hebt dan ook alle reden om angstig te worden als je naar jezelf kijkt. Daarom kun je ook niet aan je angst ontsnappen, pas als je inziet dat jij het niet was die jou geschapen heeft en dat jij ook niet in staat bent om jezelf te scheppen, dan kun je je angsten loslaten. Je kunt je verkeerde gedachten nooit waar maken, want je bent bezig je te vergissen. Als je inziet dat de manier waarop jij geschapen bent uitstijgt boven jouw vergissingen, kun je terugkeren naar God.
  4. Op de juiste manier je gedachten ergens op richten is wat anders dan weten omdat het eerste te maken heeft met waarnemen. Je kunt op de juiste en ook op de onjuiste manier je gedachten richten en zelfs dat kun je in meerdere of mindere mate en dat toont duidelijk aan dat er geen enkele kennis aan te pas komt. De juiste manier van denken is de tegenhanger van de onjuiste manier van denken die daardoor wordt gecorrigeerd. Om op de juiste manier je gedachten op iets te kunnen richten vereist ook op de juiste manier dingen zien. Pas als je alles in het juiste perspectief ziet, kun je je op wonderen richten want je onjuiste manier van denken is genezen en dat is inderdaad een wonder als je bedenkt op welke manier je naar jezelf kijkt.
  5. Als je iets in de wereld waarneemt dan is het natuurlijke gevolg dat je in je gedachten in eerste instantie onzeker bent over wat je waarneemt. Gedachten zijn heel actief. Als ze op basis van het ego ontstaan, dan kiezen ze dat wat ze in eerste instantie zien, maar eigenlijk zoeken je gedachten kennis, je wilt graag weten wat het is dat je waarneemt. Achteraf is denken over allerlei zaken een beetje dubbelzinnig, want dan komen er allerlei factoren bij. De enige manier om dit op te lossen is direct op een heldere manier alles waarnemen. Het denken wordt pas weer functioneel wanneer gedachten zijn gericht op het weten. Er zijn allerlei niveaus van denken over allerlei verschillende dingen en die niveaus kunnen allemaal tegelijk binnen jouw gedachten aan het werk zijn. Maar het denken kan zich niet totaal van de geest die van God ontvangen is afscheiden, want door de geest hebben gedachten de macht om te creëren of te scheppen. Zelfs wanneer je alleen maar vergissingen en mislukkingen zou creëren, dan bevestig je nog steeds je Bron die je geschapen heeft, ook al is het onbewust. Zonder de Bron van Leven zou je ophouden te bestaan, maar ophouden te bestaan is onmogelijk, want je gedachten of je denken hoort bij je geest die door God geschapen is en daarom eeuwig is.
  6. Het lichaam heb je nodig om dingen waar te nemen, want je moet iets kunnen zien en je moet ook met iets kunnen zien. Het lichaam ziet dingen en vertaalt wat het ziet naar jouw gedachten, maar daarvoor heb je geen innerlijk weten nodig. De waarneming heeft een verklarende functie, het geeft een vertekend beeld van wat je opmerkt en laat je geloven dat jij je lichaam bent omdat jij met je lichaam dingen ziet. Daarmee kom je in conflict met andere gedachten die weten dat je meer bent dan je lichaam. De geest weet! De geest in jou weet dat jij geen lichaam bent en zal nooit toestaan dat het de macht over jou verliest, omdat de goddelijke geest die jij van God ontvangen hebt niet tot het creëren van duistere gedachten in staat is. Dit maakt de geest, jouw werkelijke zelf, vrijwel ontoegankelijk voor gedachten en helemaal ontoegankelijk voor het lichaam. Het denken dat duisternis creëert, ziet de innerlijke geest van God als een bedreiging, want licht lost duisternis op, de geest laat je heel eenvoudig merken dat er geen duisternis bestaat. De waarheid is op deze manier altijd sterker dan de vergissing. Dit is kennis! Dit proces waarin je gedachten gecorrigeerd worden is geen actief proces, kennis op zich doet niets. Ze kan vergissingen niet aanvallen, wat jij als een aanval ziet op je mislukkingen, is het besef dat het vergissingen zijn. Kennis kan nooit verdwijnen, je kunt kennis alleen maar uit je herinnering wissen.
  7. God, en alles dat Hij geschapen heeft, leeft altijd in zekerheid, want ze weten dat mislukkingen en vergissingen niet bestaan in de wereld van God. De waarheid, dat je het eeuwige, onveranderlijke leven en de volmaakte liefde in je draagt, houdt zich niet bezig met alles wat jij in je leven gemaakt hebt. De waarheid ziet geen dwalingen en vergissingen van jou. Jezus was een mens die zich de geest en ook de kennis van de geest herinnerde. Als mens probeerde hij niet dwaling met kennis te bestrijden, maar hij corrigeerde vergissingen aan de basis. Hij heeft zowel de machteloosheid van het lichaam als de macht van gedachten aangetoond. Door zijn wil met die van Zijn Schepper te verenigen, herinnerde hij zich vanzelfsprekend de geest en zijn werkelijke doel. Hij kan niet voor jou jouw wil met de Wil van God verenigen, maar hij kan wel alle dingen die je op een verkeerde manier uit je gedachten wissen als je je denken onder zijn leiding plaatsen wilt. Alleen je verkeerde waarnemingen staan jou in de weg. Zonder die staat jouw keuze vast. Gezonde waarneming leidt tot gezonde keuzes. God kan niet voor jou kiezen, Hij kan je helpen je eigen juiste keuze te maken. ‘Velen zijn geroepen maar weinigen uitverkoren’ moet zijn ‘Allen zijn geroepen, maar weinigen verkiezen te luisteren’. Daarom kiezen ze niet juist. Iedereen die op de juiste manier denkt kan dit nu doen, en zal rust vinden voor de ziel. God kent jou alleen in vrede, en dat is jouw werkelijkheid.

 V     WAARNEMING OVERSTIJGEN

  1. Er is al gezegd dat jouw huidige vermogens maar een hele zwakke afspiegeling zijn van je werkelijke kracht en dat de blik op de wereld vol oordeel is. De menselijke, oordelende kijk op de wereld ontstond nadat mensen van God afgedwaald waren. Sindsdien is niemand meer ergens zeker van geweest. Er is ook gezegd dat de opstanding van Jezus het middel was om opnieuw tot kennis te komen; dit werd volbracht door de vereniging van de wil van Jezus met die van de Vader. Het is nu mogelijk om een onderscheid te maken dat enkele van de hierna volgende uitspraken zal verhelderen.
  2. Sinds de mens van God weg dwaalde zijn de woorden ‘scheppen’ en ‘maken’ door elkaar gehaald. Wanneer je iets maakt, dan doe je dat omdat je het gevoel hebt dat je iets mist of dat je ergens gebrek aan hebt. Alles dat voor een specifiek doel gemaakt is, is niet voor algemeen nut. Wanneer je iets maakt omdat je denkt dat je iets mist, dan geef je stilzwijgend te kennen dat je in de afscheiding van God gelooft. Het ego heeft hiervoor heel wat intelligente en slimme denksystemen uitgevonden. Niet één ervan is scheppend. Ook al ben je nog zo vindingrijk en ook al ben je nog zo slim en intelligent in wat je maakt, het is en blijft verspilde moeite. Iets uitvinden is heel specifiek, maar het kan niet tippen aan de abstracte scheppingskracht van dat wat God geschapen heeft.
  3. Innerlijke kennis vereist geen daden, wanneer je iets zeker weet hoef je niets te doen. Het verschil tussen de werkelijke schepping van jou door God en dat wat jij van jezelf gemaakt hebt leidt tot zo’n grote verwarring, dat het letterlijk onmogelijk voor je is om ook maar iets zeker te weten. Kennis is altijd stabiel en, laten we eerlijk zijn, het is overduidelijk dat jij niet stabiel bent. Ondanks alles ben jij volmaakt stabiel zoals God jou geschapen heeft. Daarom ben je niet in overeenstemming met Gods idee van jou toen Hij jou schiep en dat komt door jouw onstabiele gedrag. Als jij daarvoor kiest, kun jij je onstabiel gedragen, maar als je op de juiste manier denkt dan zul je dat beslist niet willen.
  4.  In feite kun jij jezelf niet de fundamentele vraag stellen die je toch steeds bezig houdt. Jij blijft je maar afvragen wie je bent. Daarmee ga je er van uit dat ergens in jou het antwoord te vinden is, maar ook dat jij zelf dat antwoord moet geven. Toch kun jij jezelf niet op de juiste manier zien. Je hebt geen beeld van jezelf dat jij kunt zien. Het woord ‘beeld’  heeft altijd te maken met zien en dat is geen onderdeel van het innerlijke weten. Beelden zijn altijd symbolisch en hebben een diepere betekenis. Wanneer je van mening bent dat je het beeld dat mensen van je hebben, of je image, kunt veranderen, dan bevestig je de macht van de waarneming, maar het betekent ook dat er niets stabiels in te vinden is.
  5. Innerlijk weten heeft geen verdere uitleg nodig en staat daar ook zeker niet voor open. Je kunt allerlei betekenissen aan alles geven, maar dat levert alleen maar vergissingen op omdat het betrekking heeft op hoe je naar de betekenis van iets kijkt. Omdat je jezelf aan de ene kant als afgescheiden van God beschouwt en aan de andere kant als niet-afgescheiden, ontstaan er allerlei tegenstrijdige gedachten in jou. Hierdoor ontstaat grote verwarring in jou en dit in de war zijn is zo fundamenteel dat je er nog meer van in de war raakt. Je denken is dan misschien wel heel intelligent en slim geworden, maar je gebruikt je gedachten om uit dit onvermijdelijke dilemma te komen. Slim en intelligent zijn staat volkomen los van innerlijke kennis, want innerlijk weten heeft geen slimheid of intelligentie nodig. Slimme gedachten maken jou niet vrij, omdat ze niet op de waarheid gebaseerd zijn, maar je bent wel vrij om al je slimme en intelligente gedachten los te laten, tenminste, als je dat wilt.
  6. Gebed is een manier om iets te vragen. Het is het middel voor wonderen. Maar het enige gebed dat zinvol is, is het gebed om vergeving, omdat degene die vergeven is alles heeft. Als de vergeving eenmaal is geaccepteerd, dan wordt het gebed in de gebruikelijke zin totaal zinloos. Het gebed om vergeving is niets anders dan het verzoek aan God om jou in te laten zien wat jij al hebt. Je hebt je kijk op de wereld boven je innerlijke kennis gesteld en de enige manier waarop je weer op God kunt gaan lijken is door op een wonderbaarlijke manier naar alles te gaan kijken. Jij bent je innerlijke kennis kwijtgeraakt dat jij zelf een wonder van God bent. Doordat jij door de Bron van Schepping geschapen bent, ben jij zelf ook een Bron van Schepping en dat is jouw enige werkelijke functie in de wereld.
  7. De uitspraak ‘God schiep de mens naar Zijn beeld en gelijkenis’ heeft een nieuwe uitleg nodig. Met het woord ‘beeld’ wordt ‘gedachte’ bedoeld en het woord ‘gelijkenis’  betekent ‘van dezelfde hoedanigheid’. Het is waar dat God de geest op basis van Zijn eigen Gedachte heeft geschapen en van een hoedanigheid die gelijk is aan Hem Zelf. Er is niets anders. Kijken naar de wereld is alleen maar mogelijk als je gelooft in ‘meer’ en ‘minder’ en je kijk op de wereld is op elk niveau selectief. Het is een voortdurend proces van accepteren of afwijzen, ordenen en weer opnieuw ordenen, wisselen en veranderen. Kijken naar de wereld brengt altijd het toekennen van waarde aan dingen, want er moet een oordeel geveld worden over wat jij ziet, zodat jij dingen kunt selecteren die van waarde zijn.
  8. Hoe zou je naar de wereld kijken als je er geen oordeel over hebt en er niets dan volmaakte gelijkheid is? Dan kun je de wereld onmogelijk waarnemen. Je kunt de waarheid niet zien, je kunt haar alleen maar kennen. Als je naar de wereld om je heen kijkt met oordeel en selectie, dan ben je je niet bewust van alles dat werkelijk bestaat. Innerlijk weten overstijgt oordeel en selectie, want innerlijk weten is compleet. Innerlijk weten is één geheel, het is niet opgedeeld in kleine stukjes kennis. Je weet iets of je weet het niet. Wanneer je alles wilt weten, dan hoef je alleen maar jezelf te kennen, daarmee bezit je alle kennis die bestaat. De wonderen van God zijn net zo totaal compleet als God Zijn Gedachten, omdat de wonderen van God Gods Gedachten zijn!
  9. Zolang je blik op de wereld gericht blijft, is er plaats voor gebed. Kijkend naar de wereld zie je dingen die je niet hebt of die je mist. Iedereen die de wereld belangrijk vindt, heeft niet geaccepteerd dat God dichtbij is en heeft ook niet ingezien wat de waarheid is. De blik die op de wereld gericht is, blijft afgescheiden van God, en iedereen die zo leeft heeft genezing nodig. Niet het gebed maar het samenzijn met andere mensen is de natuurlijke staat van de mensen die het innerlijk weten bezitten. God en Zijn wonder zijn niet te scheiden. Hoe prachtig zijn de Gedachten van God die leven in Zijn Licht! Jouw waarde is zoveel groter dan jouw fysieke ogen ooit kunnen zien, want aan jouw waarde kan nooit getwijfeld worden. Zie jezelf toch niet steeds op een andere manier. Ken jezelf in het Ene Licht, waar het wonder dat jij bent volmaakt helder is.

VI      OORDELEN EN HET PROBLEEM MET AUTORITEIT

  1. We hebben het Laatste Oordeel al besproken, maar nog niet gedetailleerd genoeg. Na het Laatste Oordeel komt niet nog een oordeel. Het woord ‘oordeel’ is symbolisch, want als je er mee ophoudt je blik op de wereld te richten is er geen oordeel meer. Wanneer de Bijbel zegt: “ Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt” , dan wil dat zeggen dat als jij over het leven van anderen oordeelt, je niet kunt vermijden dat je ook over dat  van jezelf oordeelt.
  2. Als je ervoor kiest om te oordelen in plaats van te kennen, dan is dat de oorzaak van het verlies van je innerlijke vrede. Kijken naar de wereld gebeurt op basis van oordelen; innerlijk weten berust op kennis. Dit is al besproken in verband met het selecteren dat je doet als je naar de wereld kijkt en de waarde die je aan je selectie geeft. Een oordeel houdt altijd in dat je het ene meer waarde toekent dan het andere. Wat je ook beoordeelt, je kijkt nooit alleen naar het positieve van dingen, van anderen of van jezelf. Waar je naar kijkt en afwijst, of beoordeelt en te licht bevonden wordt blijft in je gedachten bestaan omdat je het waargenomen hebt. Er is een vergissing die je maakt waarvan je je niet bewust bent maar waar je wel degelijk last van hebt en dat is de overtuiging dat wat je veroordeeld hebt geen gevolgen voor je heeft. Dit is niet waar, tenzij je ook gelooft dat wat je veroordeeld hebt niet bestaat. Maar, dat geloof je niet, want anders had je het niet veroordeeld. Uiteindelijk maakt het niets uit of je oordeel nu juist is of onjuist. In beide geloof je in dat wat niet werkelijk is. Je kunt dit niet vermijden als je oordeelt, omdat jij ervan overtuigd bent dat je een selectie kunt maken uit de aardse werkelijkheid.
  3. Je hebt er geen idee van hoe geweldig bevrijd en vredig je je zult voelen als jij jezelf en je medemens zonder oordeel tegemoet kunt treden. Wanneer jij inziet wat jij bent en wat jouw medemensen zijn, dan leer je beseffen dat het geen enkele betekenis heeft om hen op wat voor manier dan ook te oordelen. Feitelijk mis je hun betekenis juist doordat je oordeelt. Door jouw overtuiging dat je anderen moet oordelen ontstaat al jouw onzekerheid. Je hebt geen oordeel nodig om je leven op orde te brengen en je hebt het beslist niet nodig om jezelf op orde te brengen. Als je innerlijke kennis bezit, dan stel je het oordelen automatisch uit en daardoor ontstaat het proces waardoor je inzicht en begrip voor anderen krijgt en niet meer naar de buitenkant kijkt.
  4. Jij bent erg bang voor alles dat je gezien hebt en weigerde te accepteren. Je gelooft, omdat je het weigerde te accepteren, dat je de controle erover bent kwijtgeraakt. Daarom zie je het in nachtmerries en dromen, die gelukkig lijken te zijn. Er is niets dat je weigerde te accepteren dat in je volle bewustzijn kan worden gebracht. Op zich heeft het geen enkel gevaar in zich, maar jij hebt ervoor gezorgd dat het gevaarlijk lijkt.
  5. Wanneer jij je moe voelt, dan komt dat doordat jij jezelf in staat acht om moe te zijn. Wanneer je iemand uitlacht, dan komt het dat je het waard vindt om hem uit te lachen. Wanneer jij jezelf uitlacht, moet je anderen wel uitlachen, want je kunt het idee niet verdragen dat je minder waard dan hen zou kunnen zijn. Dit soort dingen zorgen ervoor dat jij je moe voelt, want dit soort gedachten zijn absoluut ontmoedigend. Jij bent niet echt in staat om moe te zijn, maar je bent wel degelijk in staat jezelf uit te putten. De spanning van het constant oordelen over van alles en nog wat is praktisch ondraaglijk. Het is eigenlijk vreemd dat dit vermogen om te oordelen zo vermoeiend en zelfs afmattend is en dat er zo aan vastgehouden wordt. Maar als jij zelf de ‘schrijver’ wilt zijn van je eigen werkelijkheid, zul je perse aan het oordelen vast willen houden. Ook zul je je oordelen met angst bekijken, want je gelooft dat ze ooit tegen je zullen worden gebruikt. Jij kunt alleen maar overtuigd zijn van de effectiviteit van oordelen als je gelooft dat je het kunt gebruiken als wapen van je eigen autoriteit.
  6. God schenkt alleen barmhartigheid. Als je praat, hoor je alleen barmhartigheid in je woorden te laten klinken, want dat krijg je van God en dat hoor je te geven. Rechtvaardigheid is een middel dat je tijdelijk kan redden; het is een poging om jou de betekenis van barmhartigheid te leren. Ook rechtvaardigheid heeft een oordelend karakter, alleen omdat je ook onrechtvaardig kunt zijn. Er wordt hier over allerlei verschillende symptomen gesproken en die bestaan uit bijna eindeloze variaties. Er is maar Een Oorzaak voor dit alles: het autoriteitsprobleem. Dit is de wortel van alle kwaad: alles dat uit het ego voortkomt is tegenstrijdig aan elkaar, want het denken is opgesplitst in het ego en de Heilige Geest, zodat alles dat het ego maakt tegenstrijdig en niet compleet is. Deze onhoudbare toestand ontstaat door het autoriteitsprobleem, want als je denkt dat wat jij van je leven gemaakt is de werkelijkheid is, dan ontstaat daardoor conflict in jezelf, want de Heilige Geest van God die in jou woont en weet dat jij door God geschapen bent, vertelt je dat je geschapen bent en dat alles dat je zelf gemaakt hebt niet van God afkomstig is. Als je je eigen autoriteit wilt zijn, krijgt de Geest van God geen ruimte in jou.
  7. De autoriteitskwestie is in feite een kwestie van auteurschap. Wanneer jij een autoriteitsprobleem hebt, komt dit altijd omdat jij gelooft dat je regie over jezelf hebt en daarmee jouw waanidee kunt projecteren op anderen. Als er iets in je leven gebeurt, dan geloof je letterlijk dat anderen de regie over je leven over willen nemen. Dit is de fundamentele vergissing van mensen die geloven dat ze de macht van God in eigen hand kunnen nemen. Dit jaagt hen wel angst aan, maar God maakt zich er totaal geen zorgen over. Hij wil deze vergissing graag ongedaan maken, niet om Zijn Kinderen te straffen, maar alleen omdat Hij weet dat het hen ongelukkig maakt. God heeft aan al Zijn Scheppingen het eerste Auteurschap gegeven, iedereen mag zelf het eigen boek over het leven schrijven, maar jij blijft liever anoniem als je ervoor kiest jezelf af te scheiden van jouw Auteur, Degene die jou als boek geschreven heeft. Omdat je er niet zeker van bent dat jouw levensboek door God geschreven is, geloof je dat jouw schepping anoniem was en dat je zelf het boek moet schrijven. Hierdoor heeft het zin om te geloven dat jij zelf je leven gecreëerd hebt. Het conflict in jouw gedachten over wie jouw leven werkelijk vorm geeft kan je zo onzeker maken dat het zelfs mogelijk is dat er aan twijfelt of je eigenlijk wel bestaat.
  8. Alleen als er totaal niet meer door jou verlangd wordt iets af te wijzen, kun je weten dat het onmogelijk is om afgewezen te worden. Jij hebt je de Macht van God niet toegeëigend, maar je bent wel de Macht van God kwijtgeraakt. Gelukkig betekent iets verliezen niet dat het ook daadwerkelijk weg is. Het betekent alleen dat jij je niet herinnert waar het is. Als je iets kwijt bent betekent het nog niet dat het niet meer bestaat omdat jij niet weet waar het is. Het is mogelijk om zonder oordeel naar de enige werkelijkheid te kijken en eenvoudig te weten dat ze er is.
  9. De geest is door God geschapen en het natuurlijke bezit van je geest is vrede. Iedereen mag er in alle vrijheid zelf voor kiezen of men deze erfenis accepteert, maar men is niet vrij te bepalen wat de erfenis is. Het probleem waarover ieder mens moet beslissen is de fundamentele vraag wie de auteur is van het leven. Uiteindelijk ontstaat alle angst, soms via vreemde kronkelige weggetjes, doordat men ontkent wie de echte Auteur van het leven is, en dat is God. Die ontkenning kwetst God niet, het brengt alleen pijn en angst aan de mensen die God ontkennen. Als je ontkent dat God de Auteur van het leven is, dan ontzeg je ook jezelf de reden om in vrede met jezelf te leven, waardoor je jezelf niet als eenheid maar in allerlei delen ziet en ervaart. Deze vreemde manier van kijken naar jezelf en anderen is het autoriteitsprobleem.
  10. Er is niemand in de wereld die niet het gevoel heeft dat hij op de een of andere manier gevangen is. Als dit gevoel van gevangenschap een gevolg is van zijn eigen vrije wil, dan moet hij zijn wil beslist niet als vrij beschouwen, want het is dwaas om jezelf aan de ene kant als gevangen te beschouwen en aan de andere kant roepen dat je zelf beslist in het leven. De vrije wil moet tot vrijheid leiden. Door oordelen raakt men steeds meer gevangen, want het verwerpt op basis van innerlijke selectie onderdelen van de wereld, die daardoor buitengesloten worden. Wensen zijn geen feiten. Als je iets wenst geef je aan dat iets willen niet voldoende is om te bereiken wat je wenst. Als je op de juiste manier denkt, geloof je dat wensen en willen hetzelfde is. Als je in plaats van ‘Zoekt eerst het Koninkrijk der Hemelen’ zegt, ‘Wilt eerst het Koninkrijk der Hemelen’ dan heb je gezegd: “Ik weet wat ik ben en ik heb mijn eigen erfenis geaccepteerd’.

VII      SCHEPPEN TEGENOVER ZELFBEELD

  1. Elke manier van denken moet een specifiek uitgangspunt hebben. Het begint of met maken of met scheppen, als je iets maakt komt dat door de blik die je op de wereld gericht hebt en als je iets schept komt dat uit je hart. Zowel maken als scheppen hebben de basis in je gedachten. Het verschil is het uitgangspunt van je gedachten. Allebei zijn ze door de basis van verschillende manieren van denken en geloven en ze leiden ook beide tot een verschillende manier van leven. Je zou je vergissen als je gelooft dat de manier van denken die op leugens gebaseerd is zwak zou zijn. Niets dat door een kind van God gemaakt is, is zonder macht. Het is bijzonder belangrijk dat jij dit beseft, want anders ben je niet in staat te ontsnappen uit de gevangenis die je zelf gemaakt hebt.
  2. Jij kunt het probleem met de autoriteit over je leven niet oplossen door de macht van je gedachten te onderschatten. Als je dat doet dan jou je jezelf voor de gek, en dat zal je pijn gaan doen, omdat jij de kracht van je gedachten wel degelijk begrijpt. Je begrijp ook dat je de kracht van je denken niet zwakker kunt maken dan ze is, net zo goed dat je begrijpt dat je God niet zwakker kunt maken dan Hij is. De ‘duivel’ is een angstaanjagend denkbeeld omdat dit idee buitengewoon machtig en actief lijkt te zijn. Hij wordt gezien als een kracht die met God in strijd verwikkeld is. Er wordt gedacht dat de duivel God Zijn scheppingen af wil pakken en in zijn bezit wil krijgen. De duivel misleidt met leugens en bouwt koninkrijken waarin alles lijnrecht tegengesteld is aan God. En toch trekt hij mensen aan in plaats van dat ze door hem afgestoten worden, en mensen zijn bereid hun zielen te verkopen in ruil voor geschenken die geen echte waarde hebben. Dit is totaal onzinnig.
  3. Er is al gesproken over de zogenaamde zondeval, het moment waarop de mensheid van God afdwaalde, maar het is van essentieel belang dat je de betekenis ervan goed begrijpt. De gedachte dat de mensheid afgedwaald is van God leeft op aarde, maar in de wereld van God bestaat deze gedachte niet. Alle ideeën, gedachten en overtuigingen zijn echt als je er in gelooft. De gedachte bestaat dat de vruchten van een enkele boom verboden waren in de symbolische tuin waar Adam en Eva in woonden, maar God kan het eten van die vruchten nooit hebben verboden, anders hadden Adam en Eva ze nooit kunnen opeten, dat was onmogelijk geweest. God kent Zijn kinderen. Zou Hij ze werkelijk in een situatie hebben gebracht waarin hun vernietiging mogelijk zou zijn? De  ‘verboden boom’  werd de ‘boom der kennis’ genoemd. Maar God heeft kennis of het innerlijk weten geschapen en heeft die kennis royaal en vrij aan al Zijn schepselen gegeven. De symboliek van de boom van kennis en de verboden vruchten zijn op veel verschillende manieren uitgelegd. Je kunt er zeker van zijn dat alle verschillende manieren van uitleggen van deze symboliek, die zegt dat God of Zijn scheppingen in staat zijn zichzelf te vernietigen absoluut onjuist zijn.
  4. Het eten van de vrucht van de boom van kennis is symbolisch bedoeld, het betekent dat jij je het vermogen om jezelf te scheppen toegeëigend hebt. Alleen op deze manier zijn God en Zijn scheppingen geen medescheppers, ze scheppen niet samen op dezelfde manier. Het is niet hetzelfde als God een schepping maakt of dat een schepping een beeld van zichzelf maakt. Beelden worden waargenomen of gezien, maar men kent ze niet echt. Kennis is innerlijk weten en dat kun je niet voor de gek houden, je kunt je wel in de wereld anders voordoen dan je werkelijk bent. Je kunt jezelf zien als iemand die zichzelf schept of vorm geeft, maar je kunt niet meer doen dan dat. Je kunt het niet waar maken. En, zoals al eerder is gezegd, kun je als je eenmaal weet dat je eeuwig en onveranderlijk door God geschapen bent, blij zijn dat je jezelf niet kunt scheppen. Totdat je dit beseft zul je geloven dat je dit wel kunt en daar zijn al je gedachten op gebaseerd. Je gedachten verdedigen zich tegen alle ideeën die het tegendeel beweren en zijn klaar om die ideeën aan te vallen. Je gelooft nog steeds in een beeld van jezelf dat je zelf gemaakt hebt. Op dit punt zijn jouw gedachten en die van de Heilige Geest niet in overeenstemming en er is geen oplossing mogelijk zolang jij blijft geloven dat je jezelf kunt scheppen, want dan geloof je in iets dat letterlijk ondenkbaar is.
  5. In je gedachten kan het geloof dat je afgescheiden bent van God heel echt en heel beangstigend zijn en dit geloof wordt de ‘duivel’ genoemd. Het is sterk, actief, vernietigend en zonder enige twijfel tegengesteld aan God, omdat het geloof in de ‘duivel’ letterlijk het Vaderschap van God ontkent. Kijk naar jouw leven en zie wat de ‘duivel’ gemaakt heeft. Maar besef dan ook direct dat dit jouw eigen ‘maaksel’ is, kijk dan naar de waarheid dat je door God geschapen bent en al je angsten zullen oplossen, gewoon omdat deze gedachten leugens zijn. Jouw schepping door God is het enige Fundament dat niet aan het wankelen kan worden gebracht, want het licht bevindt zich daarin. Jouw beginpunt is deze waarheid en jij moet naar jouw Begin terugkeren. Er is heel veel gebeurd, maar in werkelijkheid is er helemaal niets gebeurd. Jouw Zelf dat van God afkomstig is, is nog steeds in vrede, ook al bestaan er conflicten in jouw denken. Je bent nog niet ver genoeg teruggegaan naar God en daarom word je zo bang. Hoe dichter je bij het Begin komt, des te meer voel je de angst groeien dat je al jouw gedachten moet omschakelen. Deze angst maakt je net zo bang als de angst voor de dood. Er is geen dood, maar er is wel een geloof in de dood.
  6. Er is gezegd dat de rank die geen vrucht draagt afgesneden zal worden en zal verdorren. Wees daar blij om, wees blij! Het licht van het werkelijke Fundament in het leven zal stralen en al je denken zal veranderen en gecorrigeerd zijn. Het kan niet blijven bestaan. Jij, die zo bang bent om die verlossing te ontvangen, kiest anders voor de dood. Je kunt leven en dood, licht en duisternis, innerlijk weten en kijken naar de wereld niet verenigen in één gedachte. Als je gelooft dat dit wel mogelijk is, houd het in dat je niet geloofde dat God en Zijn Kind zich kunnen verenigen in Eenheid. Alleen in hetzelfde innerlijke weten bestaat eenheid en daar is geen onenigheid. Jouw Koninkrijk is niet van deze wereld, omdat jouw Koninkrijk van voorbij deze wereld werd gegeven. Jij en je Vader zijn Eén, er is geen autoriteitsprobleem als je dat erkent, want in de wereld van de eenheid is niemand ‘baas’ over de ander. Je verlaat deze aardse wereld niet door de dood, maar door de waarheid. Deze waarheid kan worden gekend door alle mensen voor wie het Koninkrijk werd geschapen en op wie het wacht.